Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 340
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
322
onze conscientie plaatst naar aanleiding van
nieuwe zonde
Van syllogisme
vorige zonde voor ons op den voorgrond.
eene
van
ring
of andere
eene
zonder eenig proces der gedachte, klaar en onafwijsbaar de herinne-
opeens,
is
daarbij geen sprake. En toch hebben we aanstonds bij de herinnering van wat geschied is, in ons besef ook een oordeel daarover. Dat besef van hetonmiddelijke denken is ons dus niet geheel vreemd. Ook het^eme kent het uitnemend
Het geniale toch
wel.
dat onmiddelijk opspringen der beseffen zonder
is juist
denkproces, zonder dat moeitevolle denken, dat niet ongelijk is aan het puren der bij in de bloemen, eer zij haar honig in de raat kan deponeeren. Alle
denken
in
God nu
En bovendien
zulk een onmiddellijk denken.
is
maar
onmiddelijk denken in successie,
in
totaliteit:
niet een
semper omnia.
Wij,
menschen kunnen geen twee dingen tegelijk denken op het oogenblik, dat wij eene som uitrekenen kunnen wij geen philosophisch probleem uitwerken. ;
Bij
komt het eene na
ons
het andere
+
een successus, eene reeks van a
daar
is
Bij alle teit
zelf
+
het eene verdringt het andere c etc.
Bij
God
is
;
er
is
die successus niet
de kennis van alle ding eeuwiglijk en altoos tezamen in volkomenheid.
deze dingen moeten wij het proces
Gods
vaard.
b
;
anders
afweren,
Daar
en over
in
is
alle
God
in
het menschelijke van de majes-
het theïsme verbroken en het pantheïsme aan-
is
nooit een plekje duisternis,
maar
Hij is altoos in Zich-
dingen het eeuwige, het absolute Licht!
Met opzet heb
er
ik
telkens
op gewezen, hoe
er
ook
bestaan Anklange zijn van dat absolute bestaan van het
in
ons menschelijk
intellect in
God. H\eT-
nog op een aanknoopingspunt in het menschelijk mee in verband wezen voor het praealabele van het denken aan het zijn, gelijk wij dat bij God 16. Het analogon daarvoor ligt op menschelijk terrein vonden in Psalm 139 op het gebied van de kunst. Dat is juist het eigenaardige van den kunstenaar, dat hij eerst in zijn intellect (verbeeldingsleven) het ding gezien, gevoeld, gehad wijs
ik
:
heeft,
en
pas
daarna
„scheppen" van de kunst
:
7roce(v,
het intellectueel bestaan van het archetype in daaruit
God
naar
het
is
God
buiten
TrciYir/jc.
Is
Dat heet dan ook het
gekomen.
hier alzoo een
en het onze, dan
is
analogon tusschen
dit laatste
hetectypevan
en ligt in het analogon juist de band tusschen beide. En
nu volgt weer, dat
al
die wetten in ons
denken
niets
anders
zijn
dan
het beheerscht worden van ons intellectueel bestaan door het intellectueel bestaan
van God.
Wij moeten denken,
de logica, omdat
God
over het ectypische
niet vrij zooals wij willen,
maar gebonden aan
heerschappij over ons denken oefent, als het archetype
in ons.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's