Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 520
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE CONSUMMATIONE SAECULI.
44 een
waarvan Job getuigenis
als dat,
rijk
Ps. 17,: 13
Ook
hier
in
David
dat
blijkt,
leven
het
en
leven
dit
dat
;
Job
doet
dat
Gods aangezicht
eene
was
er
„als
hij
perfecta
hebben
Nu
piif.^.
hen
zal
opwaken" eene
voluptas,
zal hij
hij
's
David
is
;
Gods aangezicht hij
weer net
als
omsluierd
zien in gerechtigheid.
verzadigd worden" "nn^IJsn
God
Alleen wijzen
vv^ij
„in
d.
i.
uwe
anders geen
op
dit rijke
God om met
dat het eenig verlangen uitgaat naar
begrip der onsterfelijkheid,
als bij
anderen toestand
volkomene genieting hebben.
dat laten wij thans rusten.
heeft,
in
heeft tranen
hij
ik,
14
„lieden, wier
Heeren aangezicht
den dood „zal
uit
niet
15 ^^x
vs.
„ik zal in een
lieden,
In vs.
13).
Di^i^n D''ra
gedaante," of hierin nu reeds de Christus doorstraalt, omdat
„themoena"
bij
het niet zoo
de wereld en hun „chelek"
in
want
toe,
ziet
D^nn
:
Doch zoo
niet
met die andere
zien
lijden verkeert (vs.
genoemd
lieden
door ongerechtigheid, maar dan
En dan,
druk en
in
de ruwe massa.
is
tegenstelling
in
al
aflegt.
die het leven
is",
Maar
smart.
dood,
s.s.
worden tweeërlei soort van deel
God na den
een besef van dat zien van
al
Ook
gevoel, dat met Jobs verklaring niet streed.
eschatalogisch
leefde
zijn beeld verzadigd te v/orden.
Psalm 73
23, 24.
:
plaats geeft in diezelfde gedachtenreeks de doorbreking van het leven
Deze
met den Eeuwige
Ook
hoofdzaak.
als
weer dezelfde tegenstelling met de goddeloozen cf. vs. 19 en 20 gestalte opwaakt (d. i. opstand ten oordeel) dan zult Gij hun beeld
hier
—
„als Gij
gedaante
—
En
verachten."
dan
vs. 21
en 22
was dom, ongevoelig, onaandoenlijk voor U Maar nu heb ik het ingezien, vs. 23 „ik
als
God
en
houdt
maar
mij in
slecht
dan was vs.
„en
24
26
—
bij
U
zijn"
verbroken
nooit
Uwe
hand omklemd".
in
;
„Gij
in
den
tekst
ligt
in
;
„want
als Gij mij niet
houdt mij
Gij
(Onze berijming :
TJpn
d.
i.
onge-
de geloofsgemeenschap tusschen mijn
Vv'orden,
altijd vast,
wel poëtisch schoon,
is
omklemd hadt en
hieldt,
zult
zult
leiden
mij
door uwen raad",
mij in heerlijkheid
Gij
een vader
kind
de Schrift wordt gebruikt,
als
gelijk
opnemen"
van Henoch
e. a.
onjuist) d.
28: „want mij
is
w.
z.
het
als ik
goed
dood ga „dan
nabij
God
te
is
(Gen. 5
God
wezen."
zijn
hetzelfde woord, dat
nf^^,
„Bezwijkt mijn vleesch en mijn hart" (ook hier
moo, maar VS.
ophouden kan
—
ik niet bij U).
daarna
zoo vaak VS.
mij
ik
een groot beest.
zal geduriglijk
!
stoord, zonder
begreep er niets van,
ik
:
is
enz.
—
:
24, zie boven).
de berijming wel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's