Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 886
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Tertia).
'
196
voorgesteld
óf
:
bepalend
zich
als
tot
de losse individuen óf als betrekking
hebbend op het geheele menschelijke geslacht als zoodanig, dan wijzen wij op Genesis 3 : 15. Daar wordt niet met een individu gehandeld, maar met het organisme, want in dat eerste oogenblik, toen Adam en Eva nog slechts be-
komt
stonden,
geene aankondiging voor hen
er
ken van een „zaad" dat komen
alleen,
maar wordt
er gespro-
nieuw
zou. Die gedachte treedt hier geheel
in,
en daardoor wordt het geheel genomen als een organisch geheel.
Voor hen ellende
aanschijns
zijns
Gods,
is er geen belofte van troost, integendeel niets dan met smart kinderen baren, de man zal in het zweet brood eten, maar wat er aan heil ligt in deze woorden
persoonlijk
vrouw
de
:
geldt
zal
zijn
zaad der vrouw, dat zou triumfeeren
alleen het
daarin
;
ligt
het
Waar
het
menschelijk geslacht als eenheid samengevat.
opnieuw bevestigd.
wij in de H. S. telkens
Deze opvatting zien
na de eerste ontwikkeling van ons geslacht onder den beschermenden invloed
gemeene gratie gekomen is tot een eerste rustpunt in dat proces, dan eindigt dit met de algeheele verwildering van het geslacht der menschen, op éen huisgezin na. Dat éene gezin is nu ontkomen en al de overigen zijn verzwolgen door het water. Wat is er nu gered ? die acht menschen ? Immers In hen wordt het menschelijk geslacht behouden, en ook na den zondneen
der
!
vloed
lezen
Het
schen".
dus
is
menschelijk
het
weinigen, waar
op
gedurig
wij
met
uitgedrukt.
Mij
en
u,
schijning,
geslacht.
God
in
met
uw
maar wat
weer van het „geslacht van de kinderen der menom die eene familie van Noach te doen, maar om Dit
Gen. 9
blijkt bij :
:
ulieden,
is
zijn
dit is het
en
het sluiten van het verbond met die
9 zegt „Maar
zaad na u."
blijft
En God zeide
tusschen
en
niet
Noach
zaad.
In
Ik,
ziet.
Ik richt mijn
dus slechts eene
is
vers
12
wordt dat nog sterker
teeken des verbonds dat
tusschen
alle
levende
verbond
tijdelijke ver-
geef tusschen
ik
die
ziel
met u
is,
tot
eeuwige geslachten. [„Eeuwig" behoeft niet per se opgevat als „nooit eindigend". Zeker komt er op aarde een einde aan den toestand van het menschelijk geslacht, maar „eeuwig" heeft hier nog meer nadruk, er wordt met klem op gewezen, dat het „menschelijk geslacht" nooit weggaat].
Komen wij nu tot de Abrahamitische periode, dan zou men er neigen om te zeggen nu is er toch niet langer sprake van het :
geslacht,
en
al
nu
wordt
klaar
particularistisch
;
hij
wordt alleen
de overigen losgelaten. Zien wij echter Genesis 12
daar het universeele Hier
alles
„in
U
zullen fl//e^£s/flc/z/e/2 des aardrijks
wordt ons dus aanstonds op het punt waar de en
duidelijk
:
lijn
uit
toe kunnen
menschelijk
Ur geroepen
3 in, dan zien wij gezegend worden."
begint af te wijken,
voorgesteld, dat die isoleering niet ten doel heeft dat heil
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's