Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 768
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Tertia).
78
Men
kan zich de vraag
nu zoo
als het
:
God
dat
is,
in Zijn besluit
de beantwoording dier vraag moet worden uitgegaan van de imitabilitas
Bij
Er
Dei.
eene
is
noodzakelijk
Gods zelfstandigheid Wezen Gods gegrond is. Van van
beeld
het
in
Wezen
imitatio Dei in het Goddelijk
sui
uitgedrukte
het
is
stellen
waarom dan nog Schepping 1
alles heeft,
want de Zoon
zelf,
dit
;
is
de
imitatio, die
die imitatio
sui
het
in
te
Wezen Gods, moet onderscheiden de imitabilitas, waardoor wij verstaan, dat God de Meere Zijn eigen Wezen in den spiegel van
Zijn eigen
bewustzijn ook kan werpen in den vorm van voor Schepping vatbare
persoonlijk
hebben
dingen, de creabilia.
Die eeuwige, oneindige volheid van het Goddelijk
kan
dijfereeren
in
Zijne
differeert
in
de
zich zich
straal
Wezen Gods reeren. Wanneer het
Imitabilitas
die
God
is
het in
zich diffe-
Wezen
Zijn
schittert,
dan onstaat
Schepping kunnen worden uitgebracht.
in
de eeuwige generatie van den Zoon
alleen
niet
Wezen eeuwig
hun
De
opleveren
afgespiegeld
eindeloozen
in
in
Uit
die
en
verband
'o
in
rijkdom
van vormen,
dat
Zeg
ik
God
kosmos
niets
scheiden
;
is
van
verstaat
in
het
als
die
samen
mogelijkheden,
compositie,
alles
het als laat
met Zijn Wezen overeen komt. organisch
het
verband
verband tusschen
potentia
Dei
bij
potentia
niet
uit
erop
het ;
het
kennen
nu
is
wordt toegepast.
ik
uit
den
van
niets
het
God
dan
Dei,
ziet
men
in,
dat
Wezen.
willen
het
realiseeren
organisch
de eenheid der wetenschap.
voort
imitabilitas
Zijn eigen
en
er
de Theologie van de wetenschap afge-
is
de
echter
bestaat
de kosmos anderzijds, dan kan
en
leeren
dan
en den kosmos.
is
weer
vloeit
er eenerzijds en
God men
Hemzelven,
uit
Wezen Gods
God al Zijne denksels krijgt uit De realiseering naar buiten,
potentia
van
machtige
die
verband treden,
in
denksels
die
organisch :
volheid
Waren de geschapen dingen vindingen van God zonder
verband tusschen wat Uit
opeens
Hij
compositiën,
die
uit
Wezen, zoodat de inhoud ervan van buiten kwam, dan verband tusschen God en den kosmos door Zijn wil; komen,
zagen,
wij
oneindige
Zijn
alleen
er
zooals
greep
die
zóó
y.ó<Tfxzc.
met
een
uit
wordt tevens geboren
imitabilitas
0cóc
doet ;
bouwt
aanwezig,
die compositie
Hij
was
God
besluitende
geheel
creabilia
de
Wezen kan
samen de eeuwige volheid uitmaken.
eene
'o
Gelijk de eene licht-
de variatiën, zoo
in
Wezen, maar ook Vader, Zoon en Heilige Geest hebben de volheid
Zijn eigen
van
waarin
stralen,
van vormen, die
dat
is,
toon
simplicitas Dei zich voor Zijn eigen bewustzijn breekt
die
veelheid
eindelijk
de
de eenheid van het Goddelijk
zelf;
duizendvoudige
de
in
oneindige veelvuldigheid.
kleuren,
Wezen
Gods. besluit
is
dan het voegen van de
anders
In
simplex
het besluit niets
is ;
komt
die
anders, dan dat
cognitio, voluntas en
i
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's