Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 713
college-dictaat van een der studenten
§ wel
er
had die
en die
hij
onze
norma
die
dan
niet,
geldend
oordeel die
als
norma
en
niet
dapper en
laf
enz.
wat niet
noemen
sef enz.
weten wat goed
te
den m^nsch gegeven
een
over
ander
of
kan
heeft,
niet
goed en
Een chinees
bijv.
Deze formeele
wellevend
om
te beslissen
onwellevend,
en
Immers wie aan daltonisme lijdt, kan de kleuren is. omdat hij de norma voor dat terrein niet bezit. Deze zoo spreken wij van rechtsbesef, waarheidsbe-
wij besef en
heeft daar
hij
:
Van-
geen benul van.
de zondige maatschappij het rechtsbesef verloren gaat,
in
verward wordt en
,
>*',.' ;
onze kringen geen
in
dienen
zijn,
goed,
niet
een norma
ik
de formeele noties
kunstproduct.
aan den mensch gegeven
het volk gebruikt liever benul
;
daar dat, waar
moet
is
in
geen judicium uitbrengen.
hij
schoonheid
waar,
onderscheiden,
notiones
kon
vellen
waar
noties,
Om aan
is
van
begrippen
73
facultas percipiendi, intelligendi, volendi.
beantwoorden.
aan
hebben;
De
7.
er
op
geen onderscheid meer
laatst
't
is
alles
tusschen recht
en onrecht.
Werken nu
zou geweest
adultorum
de
schen
gemeen, het
dat
hem
Maar
zijn
ook
dingen
te
valt
de
van
de
er
dadelijk
de
zaak
zelve,
facultas.
goed
absoluut
komt de mensch in
niet
oefendheid
dan
zijn,
de norma, die
edel.
is
moeilijk
judicium
en
res
raakt
dit
formeele notiones goed en zuiver, zooals
die
bij
;
ons
maar
Bij
en
doorzien
Adam was
dadelijk
in
te
:
beslissen.
meerdere
de
of
dat
is
Maar
mindere
ge-
den staat der rechtheid het
dit natuurlijk niet het
is
geval
;
bij
Toch wordt ons oordeel door ons
haast nooit voldoende notiones.
zijn
een interlegere tus-
terreinen, die zoover afliggen, dat
alleen
den zondaar
tot
Wij zeggen
is.
statu recto
in
't
meest een judicium absolutum genoemd en
als
zoodanig onderscheiden van het
judicium practicum.
Onder belang,
een
of
aan
iets
ons
uitgaat
bepaald
vraag
van
een _besef
besef
dit
practicum
judicium
behalve
nuttig,
noemen
oogenblik
verstaan
wij
aangenaam goed wij
ik
is
is
enz.
voor ons gewenscht
is,
eischt,
Wij
anders.
iets
1.
hebben
ook de categorie van ons En het judicium dat van
het judicium practicum.
wat de absolute norma van ons
ons
n.
wat schoon, waar enz.
De vraag
of iets
op
hangt af niet alleen van de
maar ook van de vraag wat
op dat oogenblik het meest van belang
Het judicium
toeschijnt.
met het judicium absolutum, zooals bij Adam voor den val; maar meest verschilt het er mee, omdat de zondaar zijn waarachtig belang niet kent en dus zijn judicium laat afwijken van de door God ge-
kan dan saamvallen
geven norma. Hierbij
verstaat
het
komt nog het imperium of dictamen wat men aanduidt met de woorden
men,
nu doen
of
niet?
Deze vraag kan
n.1.
intellectus :
;
daaronder
„Hoc nunc ?"
overblijven, al
is
Zal ik
het judicium
O^v-..^' v*^i»>^-
'^*''"'^*'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's