Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 772
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Christo (Pars Secunda).
70
Wat
beteekenen
Heeren
des
teit
deze uitdrukkingen ?
al
Gods wezen grooter wordt, maar dat de openbaring van de Majes-
Niet dat
toenemen
kan
deze
;
openbaring,
grooter gemaakt, naarmate er meer kinderen
geprezen
En
wordt.
toeneming en dus Hier
dit
niet overdrachtelijk
is
met betrekking
naam meer
Zijn
maar
letterlijk
leert,
respectu Dei, maar niet
verstaan als
te
als verandering.
dus eene verandering, die de Schrift
is
wordt
eerst klein zijnde,
Gods komen en
tot
maar
wezen,
zijn
de uitstraling van dat wezen naar
tot
buiten.
En nu komen van de ?ó&x
een verandering
(jiou
op het
wij terug
in
God
schepping. Alles, waarin nu
de zee
bestond eens
etc.
Hem
besloten in
Gods
zelf.
uitgestraald, kleeft
dat Jezus in Joh. 17
Het
weeg
is
duidelijk, dat
De
God
S. leert niet, dat er
en
God
God zonder
Gods
Al
op
Majesteit lag
de Schepping der wereld
in
aan personen en voorwerpen
vroeger nog andere
integendeel, dat tot
is
alleen.)
Gods, die nu
glorie
ny.rxfis'Ar, to~j KÓa-
Eerst bestaat
gebracht.
de voorstelling der Schrift
;
5 en 24 spreekt
:
de
glorie uitstraalt: in het firmament de sterren,
(De H.
bestaan heeft dan
niets
1
heeft te
niet.
werelden bestaan hebben Gen.
feit,
Trph KXTxj3oXr,g Toü KÓ<Tfzo'j.
ligt
het spreekt dus vanzelf, dat
;
deze voorwerpen en personen er nog niet waren, er toen ook niets van
toen
Gods glorie uitstraalde. Toen God nu overging tot het Kara/3aAA£o-3-a< rhv •Koa-ixov, greep er een verandering plaats, maar die raakte niet Gods wezen, natuur of eigenschappen, maar de
Nu
uitstraling
Wanneer mij
zelf
hun
en
ik
te
achterlaat,
zij
zij
mij daaruit
zouden leeren kennen, dan verklein
in
mij zelf zit
meer dan
dat boek.
in
oneindig hoogere mate ubi Deus edidit aliquid
in
wereld uitbrengt, is
opdat
daarmede, want
geldt
toevoegt,
zoodanig eene beperking, eene verkleining voor God.
als
vreemd land kom en met de menschen wil spreken om maken en bij mijn weggaan een boek over mij zelf schrijf
een
in
bekend
ik mij zelf
Dit
van de Majesteit des Heeren naar buiten.
de Schepping
is
is
zij
een beperking des Heeren.
vermeerdering, maar daar
zij
In
eindig
is,
;
zooverre is
zij
waar God de iets
zij
nieuws
een beperking en
verkleining van de Majesteit des Heeren.
Deze vermindering wordt nog oppositum creat. Ben ik
sibi
heer
rijking,
ook eerst
meester
en
ligt
;
maar
(want nu ben in
zijn
ik
krijg
grooter, doordat alleen ik
op een
er een kind,
vader) maar anderzijds
de Schepping ten opzichte van volle
krachtige
beteekenis,
als
God wij
God scheppende
eiland,
dan is
is
het
dan ben dit
ik
altijd aliquid
daar geheel
wel eenerzijds ver-
ook een
limitatie.
Zoo
een zekere limitatie. Dit krijgt
bedenken,
wereld schiep, hoe Hij daarop plaatste een mensch, die
zijn
hoe
de
Heere de
beelddrager was,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's