Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 384
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima).
366
hebben
wanneer de
wij,
derliefde, Cf.
Psalm 23
Dat
een
de
alles
is
Gods
liefde
(herder);
1
:
vergelei<en
bonum exeuns ad
{es.
A^
:
wordt met de vader-
\5 (moeder)
;
Ps. \Q2
of
moe-
\2 (vader)
:
creaturam, zoowel wat de gezindheid als
feitelijke uiting betreft.
Maar
wijziging erlangt het begrip, als de genade uitgaat naar den zondaar.
Eerst als zoodanig wordt
vergevende genade;
zij
is
zij
dan ontferming, lank-
moedigheid en barmhartigheid.
De lankmoedigheid
gaat niet
het zondig creatuur.
waar God
daar,
wordt,
Zij
en
getart
zetel
"^nx
komt
gespannen
van die vergevende genade veel dieper
De gewone genade, om
gesteld wordt dan die van de uitgaande genade.
noemen, heeft haar oorsprong
te
zijne gratia
dan de tarting der genade door den zondaar.
uit
wordt zóo uitgedrukt, dat de
Dit
Hoe ook
getergd wordt.
houdt het langer
zij
naar het creatuur als zoodanig, maar naar
uit
duldende, verdragende genade. Het wsii
is
in
Gods
hart. Cf. Klaagl. 3
:
33.
ze zoo
N[a.ar bij
de
Gods ingewand, dat rommelt. Zij heeft haar zetel in de wvp, de T-TcXa.yyvx. Cf. Jes. 63 15. Dan wordt er dus een dieper iets in het wezen Gods opgezocht. En gelijk nu dat diepere bij den mensch wordt aanvergevende genade
is
het
:
geduid door de „nieren", zoo
den, dat de zetel
de gewone
dezen
In
het „ingewand".
15
laatsten
y^xpia-/u,7.
-fkpirrfjix
de
zelf
c^y^vix,
Die
zaak
is
niet het-
gratia.
nu
zin
tengevolge van die daad :
Dat
milt en lever enz.,
zijn
yj>-pii;
en yxpia-^y. zóo onderscheiden, dat yxpic
de daad Gods, waardoor Hij ons genadig
is
5
God door
bij
maar het dient om aan te duivan de vergevende genade dieper wordt gesteld dan die van
ingewand met
zelfde als ons
%ói.p[c
geëxpliceerd als
God
vrije
uit
'n
Wat
gebruikt wordt.
die
en
is,
^ó'.pca-fzx
het resultaat, dat
Zoo wordt
den zondaar geboren wordt.
in
Swpex
Iv %xpiTi.,
terwijl in vers
dat
yjApia-fxx ?
Dat zegt Rom. 6
is
in
16 het :
23.
Rom. woord
Het
zijn
gunste geeft, hier namelijk het eeuwige leven.
heeft uit den aard der zaak altoos haar motief en bewegende oor-
alleen in God.
En
het heele Arminianisme en Remonstrantisme
denkbeeld, alsof de genade aan
God
ontlokt zou
Want
met zijn worden door eenige daad van
bonum exeuns e Deo, dan is het, naar vanzelf spreekt, ook een ongehouden gunste, die uit God uitvloeit. Cf. Rom. 11 6. Ook in CoUoss. 19 ligt in het eLSÓKYjo-ev welde ongehoudenheid Gods aangegeven. Maar toch niet op zichzelf, want de el^sy.ix den zondaar, wordt
hier weersproken.
1
:
S-cci
Tc~j
Xxpig
zou
dan en
wel
de x,V^' een
:
ook uitgelokt kunnen worden door den mensch. groote beginsel van de Christelijke
ligt dit
tisch begrip
is
religie,
het
Eerst juist in
Nieuw-Testamen-
van de ongehoudene genade Gods, volkomen uitgedrukt. Waarbij
niemand zoozeer
in al zijne
als
Paulus het juiste woord op
gangen nagespeurd
heeft,
zijn
diepst ontleed
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's