Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 294
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Peccato.
44
Waar God
vereiniteit gebroken.
God kan
tegenover
had God
doen gelden.
Souvereiniteit
te
persoon,
God tegenover
een
niet
door een
zegekar 't
zoo
en
;
„Augenheilanstalten"
er
waar
de
mensch,
ook
het
is
een
den reatus
men
doet
zijn,
wanneer men iemand ver-
niet,
maar wanneer men hem
bij
men van
den
reatus.
men
Stelt
meevoert
zijn
in
persoonlijke niet
dit
Christendom een „Heilanstalt".
't
Evenals
zoo heeft men dan ook een „Sündeheilanstalt"
zijn,
zoo interessante
Schrift
de mensch, maar God centrum en doet
Dit
God
de eer heeft
figuur,
zich te zien optreden.
niet
een wezen, dat zich
het dus altijd persoon tegen
is
meester voor is
i,
een vaag idee, of een philantropisch zorgen of
dommekracht,
maakt
dan
hoogste,
d.
dat zondig, opstandig schepsel toch zijne
in
Bij
Triomfeeren
wethandhaverij.
plettert
om
de macht gehad
niet
een mensch schiep,
daar zou die daad zelfvernietiging geweest
stellen,
als
God
genees-
Volgens de
een laag standpunt.
is
om
alles
zich
zelf.
weggenomen, waar niet God, maar de mensch hoofdzaak wordt. beschouwing maakt men het recht subjectief. „Naar recht is een mensch des doods schuldig maar God staat boven 't recht en vergeeft die zonde, maar God doet dit niet naar willekeur, maar naar een hooger recht." Zoo redeneert men, evenals men het wonder verklaart als een inschuiven der hoogere orde van dingen in de lagere. Gevolg hiervan is, dat
Alle religie
is
deze
Bij
verkeerde
;
men de geopenbaarde wet van God, schuift,
zij
laat
lagere
het
ik
d.
want, zoo zegt men, handelt
Dan
maar loopen.
waaronder
het recht
i.
God
zelf
men
krijgt
wij leven,
op
naar een hooger recht, dan in
die kringen een leven
want men kan dat hoogere recht nergens geschreven vinden, en moet dus overgelaten aan persoonlijke v/illekeur. Alle gebondenheid der wet gaat weg, het is een dwepen met eigen idealen. De Ethischen eenmaal naar
ideaal
't
;
daar aangeland liggen dan ook vlak
Bekend
is
't
wet) en den verborgen wil van opvatten toe
als
bij
Antinomianisme.
't
onderscheid tusschen den geopenbaarden wil van
God
(d.
Zoo kan
een hooger en lager recht.
komen om
te
zeggen
:
ik
moet
God
(d.
i.
de
de raad Gods). Dit kan men nu ook
i.
niet
ik
om
dezelfde redenen er
handelen naar den geopenbaarden,
maar naar den verborgen wil van God. En dat doen de Antinominianen die Thora beschouwen zij als van lager orde en zij meenen dus niet in te gaan tegen den wil Gods, als zij den hoogeren of verborgen wil van God volgen. En dat nu is feitelijk te zondigen want in dien verborgen wille Gods is de zonde ;
;
;
opgenomen. „Het handhaven van Gods Souvereiniteit dat
is
de verborgen wil van God.
Gods verborgen Ik niet de
wil
:
Ik
'-^Jtpyw ben.
zal
En
maken, dat ge juist
in
De zondaar
daar
ligt
de zonde, niet wil iets zelf
zelfs
in
doen
den zondaar" ;
en nu zegt
geen zonde doen kunt, waarbij
het punt,
waardoor de vrome
zielen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's