Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 179
college-dictaat van een der studenten
§
De nominibus
6.
Dei.
\q\
nog een Hebreeuwsch woord, dat hier de aandacht verdient, nl. En vanzelf, niets is natuurlijker dan dat men bij het doortrekken van een bosch, om te weten waar men wezen moest, een stuk uit de schors sneed dat was dan bij de D^, d. w. z. daar. Voorts
=
Dtr
er
is
daar.
ibi,
;
Hoe DU^ te
zooveel leert de etymologie ons wel, dat wij bij den stam van doen hebben met een notare in eigenlijken en concreten zin en niet met dit
zij,
een gedachtebegrip.
naam
Hierop moeten wij nadruk leggen, want bij ons komt de nooit anders dan als een gedachtebegrip voor. Maar in de Schrift is de
Naam Gods de
buiten ons, in God, bestaande zelfopenbaring, door ons geassi-
mileerd en gereproduceerd.
voeg
nog eene korte opmerking bij over ï^of^x en nomen. In de 'óvofMx in het Nieuwe Testament in gelijken zin gebezigd als in het Oude we hebben ook daarmede dus te rekenen. Gaat men bij de Grieken het gebruik van dit woord na, dan vindt men, dat het oorspronkelijk anders werd gebruikt dat in later dagen. Oorspronkelijk Ik
hier
wordt
Schrift toch
m
;
toch
was
met
het identisch
Hoe
p-nf^x.
dat
kwam,
is
niet moeilijk in te zien.
ons menschelijk denken hebben wij te doen met den kóyo^. Waar die Xbyo^ in ons naar buiten treedt en een o-r^fcx wil aannemen, daar is de menschelijke taal het a-r^f^x, waarin de Xbyzc als ^uy^r, zich incorporeert. Nu is die taal
In
oor-
spronkelijk
en eerst door
reflectie,
begrip „taal". dat
men
bekend
niet
maar ze bestaat oorspronkelijk saamvatting en generaliseering komt men als taal,
de Grieken
Bij
er het begrip
van
is
vertellen en het
een
'Aoyoc,
Engelsche
dat de Xóyoq de of To
de Romeinen lingua, voor gebruikte, om'
met ons
Men
Eerst later gebruikten de „taal",
van den stam
heeft vroeger niet gedacht
tel, :
Romeinen in tellen,
Wij hebben
en daarom zullen wij eene taal maken.
het leven zelf gegeven.
ovofx.x
bij
te duiden.
tale.
woorden,
tot het hoofddat begrip van taal zelfs zoo weinig ontwikkeld,
y/Zs^a-a-x,
product van de tong aan „sermo", hetgeen identisch is het
uit
^i./,^
Plato
kwam
in zijn
en de yAwo-o-a het
het woord.
In
Neen, maar de taal is met bekenden dialoog tot de conclusie,
o-a.^«
was.
Product van beide was rl
het later Grieksch echter
werd rh pr,fzx niet maar éen bepaald soort van woorden, nl. het werkwoord. (Bij ons wordt dat soort van woorden aangeduid door „woord" met de voorvoeging „werk" in het Grieksch en Latijn echter beteekenen „pcf^x'' en „verpr,fj,y.,
meer elk woord,
;
bum" eigenlijk niets dan „woord".) Voor de substantieven daarentegen gebruikte men „svó^xrac" en „nomina". Zoo ook handelt men in de Latijnsche gramma„ tica
„de nomine
Intusschen,
dit
et
de verbo".
alles
is
bij
de linguïstiek breeder
voldoende, te herinneren, dat later ri
pr,fj^xTx
alle
te
bespreken; hier
zij
het
werkwoorden en rx h-A^xTx
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's