Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 142

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 142

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

§

Van eene

ontleding noch

met aanwijzing van

genus

ons

in

en

ons

buiten

De

is.

uit te

sprake

zijn,

onder een hooger

of individueele onderschei-

specifieke

bedoelt dan ook slechts

wij

die

Wezen kan geen

onderschikking

dingen se/zsupos/f/vo hier denkbaar

Wezen

Dei.

van het Eeuwige

definitie

noch

overmits

De essentia

5.

behjdenis van het Eeuwige

spreken, dat de werkingen,

bovencreatuurlijke werkingen

als

noch toevallig zijn, maar waarnemen en ondergaan, haar grond en bewegende oorzaak vinden in een wezen, dat wij niet schijnbaar

God noemen. Overmits nu deze werkingen geloof

al

meer

schijningen,

openbaar worden,

alles

in

maar ook

de wezensgrond van

al

van het de ver-

bij

het zijn, het aanzijn en het bestaan der

in

en evenzoo van onszelven, ontdekt

dingen,

stijging

niet alleen in

het bestaande, d.

1.

God

zich aan ons als

als het absolute

wezen,

dat alleen wezenheid in zichzelf bezit en de auteur der wezenheid

voor

alle

creatuur

zelf niet slechts

creatuur zou

is.

Dit

mag

niet pantheïstisch verstaan, alsof

de wezensgrond, maar ook het wezen

God

zelf in alle

Dit toch strijdt met de onmiddellijke bevinding, dat

zijn.

wij tegenover ons eigen ik een ander ik vinden staan. Slechts toont het,

dat er tweeërlei wezenheid

is,

de eene, die rust op en voortvloeit

ander wezen, en de andere, die haar grond bedoelde

wezens hebben

zijn,

de

zich

bepaald,

juist

dit

laatste

dus

absoluut.

dat

het

eigen

wezen

het

slechts een afgeleid en afhankelijk aan-

behoort,

maar nu

alle

andere

geen

Een absoluut karakter, waartoe gelijksoortige

wezenheden

wezens naast zich

afhankelijkheid van zijn

in

schept, in stand houdt en bezit. het afhankelijke

daarom een begin van

wezen een ontvangen aanzijn,

dan

aanzijn en had

kenmerk

is het juist het

van het absolute wezen, een aan niemand ontleend, maar zelf

rustend

zijn.

Dit

als

ook

aanzijn

te

bezitten

Eeuwige Wezen kan

de onbewuste Urgrund

en alzoo het Eeuwige

niet

dit

opgevat

aller dingen,

ons bewustzijn behoort en het

ook van

een

eerst-

oorspronkelijk, onafhankelijk, door niets buiten

en

heeft,

Bezit

is

uit

De

in zichzelf bezit.

als het

zichte

Oneindige, noch

daar immers

Eeuwige Wezen

bewustzijn niet zelf onbewust kan

in

Wezen

zijn.

tot die

als

dingen

de Auteur

Uiteraard kan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 142

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's