Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 49
college-dictaat van een der studenten
§
De Cognitione
2.
zou.
in
om
Maar
verstaan.
te
God ons wel
finitum quid.
Wij zelven
is
we
tot
op zekere
Gods
licht te
finitae creaturae
op het
de finitae creaturae
den overgang van de
bij
Hij rusten
In zijn licht laat
onze begripswereld, zoodat
in
hoogte althans, het vermogen bezitten, bezien en
is n'\T^\
maar dat creatuur
ook
eindig, dus eindig
ook
waarop
basis, geen grondslag,
zichzelven, Hij
het licht in zijn creatuur zien, zijn
kennis te
tot
zoodra wij toekomen aan de cognitio Creatoris,
laat,
want voor den Creator bestaat ergeene Hij toch bestaat
om
ons gewone vermogen
ipso, dat dit
Maar daaruit volgt eo komen ons in den steek
31
Dei.
bij
infinitum van den Creator, dan wordt de verhouding gansch anders. Daar moet altoos het verschil in het oog worden gehouden tusschen de kennis, die God
van zichzelven heeft en die
welke
wat
verklaren,
het dan voor de
en
liefde, leven, licht etc.
was
menschen
mislukte preeken,
Maar men maakte
hun hart hadden, na een kwartier reeds gansch
in
zijn.
Wel kan men
menschen daarentegen, diepe denkers,
ze door eenige antitheses verhelderen,
het begrip ontleden of verklaren kan
zelf
is
uitmaken. cognitio
Bij
men
niet.
infinita
omdat
woorden gevoelen
adaequata van de zaken, die
et
wij dus in die heerlijke
die machten, die eigenlijk het
het bezigen van die
minder bereikbaar, want dat
veel
Alle
cognitio voorts
comparatieve een
weg? door
(De via
benoemen, onmogelijk
zij
bij
causatum.
Is
vraag
Van
kennis.
om
er
dan kennis
geeft
is,
van daar
God
analyse
die begrippen saam.
al
ontledende, causale is
God geen
bij
wien dan en groot
is
uit
de zaak
maar
niet
te verkrijgen
zelf het
Neen, die
te verklaren.)
God, want God
bij
in
is
weg
in Jes.
40 25
:
mogendheid,"
„Bij
gelijk
Ook
is,
dit
deze
wien dan
Evenzoo
gelijkenis zult gij
staat
causans, geen
viacomparationis? Op
antwoord
God vergelijken of wat 10:6: „Omdat niemand U
uw naam
of
want God 1
zult gij
sen ?" Cf. ook Jer.
groot
sprake,
dan kennis mogelijk langs den c a u s a e n dat men tot de oorzaak van eene zaak zoekt
gijlieden Mij vergelijken, dien Ik gelijk zij? zegt de Heilige." „Bij
is.
Eeuwige Wezen
er
Is
creatuur,
alle
de som van
is
den aard der zaak
causalitatis
te dringen,
laatste
uit
eenvoudig Wezen.
open
wel
is
Wezen Gods
wij dus reeds, dat eene
fortiori igitur is eene cognitio infinita et adaequata van het
nog
maar
Hoe komt dat? Hierdoor, dat
liefde, het leven, het licht, enz.,
de
namen op ons voelen aandringen
is
in
zóo „duidelijk", dat het eerste besef, dat de hoor-
Verstandige
uitgewischt.
ding vatbaar
A
hebben,
altoos erkend, dat begrippen als leven, liefde, licht etc. niet voor ontle-
hebben
God
Hem
Schriftuurplaatsen toch, die
is.
het eerste lezen machtig aan.
bij
van die dingen nog al
en de kennis, die wij van
wel eens pogingen aangewend, vooral ook
heeft
daarover spreken, trekken
ders
is,
eene eindige kennis.
is
Men om te
infinita
zult
in vs. 18:
Hem
o Heere, zoo
toepaszijt
middel tot kennis
Gij laat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's