Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 229
college-dictaat van een der studenten
§ Dat
heeft dus
<p''s)c
ook een
dat de zaak
realiteit,
De NOMiNiBus
6.
Het
reëel bestaan.
negatieve
liaar
a-y.zTix
211
Dei.
tegenover deze thetische
is juist
realiteit
vertoont
de plaats der
in
buitenste duisternis.
Overzien wij dus het geheel en vragen wij, teruggekeerd tot ons uitgangs-
c.
punt,
S-cïc
b
'6ri
woord
God
10.
wat hierdoor nu wordt uitgedrukt, dan moet geant-
zcrriv,
(p'lyg
:
voor zichzelven gansch
is
menschen,
maar
f/oorz/c/zf/g^, niet potentieel,
onszelven slechts ten deele bewust. Dat
zijn
Wij
actu.
merken
het best te
is
aan ons geheugen, waarin ons verleden gephotographeerd wordt; dat verleden
men
overziet
nooit
gebeurtenissen,
wel
eenige
innerlijk
geroerd
geheel,
men
als
is
het
ons
Bij
<p''^c
dus slechts potentieel. Maar
doorzichtigheid
die
van
doorzichtigheid
absoluut,
gansch
wezen en
de Schrift aldus uitgedrukt, dat er voor
in
bij
God
zelfbewustzijn
het
zijn
aangrijpende
bij
is
komen
geen
te staan.
het actu. In
is
voor
Hem
God
algeheele
gedachte
Die
aanzijn.
Hem
zijn
den
zal eerst in
ten volle voor ons bewustzijn
oordeel
laatste
het
is
of
en zoo voor den spiegel van
Ons gansche verleden
bewustzijn lang vergeten dingen trekt.
dag van
trekken
groote is
wordt
TrxpxAAx'yr, is of rpoxr^q
aLTS<Tyj.XTfX.X.
2o.
Gods wezen kan geene enkele
In
Hem
invloeden op
van buiten
af
of ten deele
zou ontvallen
:
b
Srcïc
stoornis plaats grijpen, noch ook kunnen
inwerken, waardoor Hij aan zichzelven geheel SCyxrxc Ixurby xpvra-xcrB-xt, dat
c-l
En dat zichzelven eeuwig
ongelijk worden.
gelijk blijven is
is,
zichzelven
de absolute heilig-
heid des Heeren. 3o.
Het
licht in
element
zijn
voelt
Nu licht
waarin
aandringen,
waarmee
het licht,
b.
het
;
realiteit
En
hel,
f'^q
ttj
zichzelven,
wij,
Hij leeft,
van elders op zich
wat dan
zijne
"1133
is,
zoodanig
Hij
is,
de bron van het
Gods bewustzijn;
die het licht gaaf en zuiver kan cf.
wat de
Schrift zegt
:
onderhouden en de
„die ons heeft overgezet uit
zijn ^xj/uxo-tcv tp^oc ;"
van het
licht
is
ons geheel en alleen
uit
God toekomend.
voor het creatuur, opdat het daarin wandelen zou;
door er
eindelijk,
niet,
uit
maar ook omdat
Abbild van
God alleen, kan wegnemen
schept de "nns
ook de
is
is
in
uitstraalt
gelijk
Dat gaat uitteraard weer drieledig door
alle creatuur.
de duisternis
beweegt,
zich die
zoodat Hij zijne sfeer waarin
realiteit,
Hij zich bedekt.
ons bewustzijn
de
eene
Hij
maar
a.
c.
is
Hij als zoodanig,
is
voor
stoornis
t:
God
zijn
licht
de Christus
y.b'TfMiit^
aan
te
als zelf
waardoor de
Hij
Hij schept
onthouden.
God
Ty-zrix
en zoo het licht
in
teruggedreven wordt.
zich dragend,
is
Hij straalt zijn
14
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's