Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 431
college-dictaat van een der studenten
§
De virtutibus
7.
de steenen aan Abraham kinderen verwei<i<en
uit
en Hij zal het
stond
Jezus kan
;
Hem
twaalf legioenen engelen bijzetten
niet
in
maar toch
raadsbesluit,
het
vermogen aanwezig om dat
te
413
Dei.
Vader bidden,
is
niet geschied,
de omnipotentia Dei het
in
is
zijn
dat alles
;
kunnen doen.
De omnipotentia ordinata heeft zekere grenzen, want alle ordinatlo stelt grenzen. De almacht op zichzelf is oneindig. Maar de potentia ordinata finita est, in Gods raadsbesluit; niet abstracto dus, maar in Gods eigen virtutes. Ze wordt daardoor
Deus sapiens, sanctus,
de
uitgedrukt
.
.
gestelde
2 van
spreekt Tit.
1
uitdrukking
van
:
In
etc.
het
zijn
h
raadsbesluit
;
o'tc
'o^iivxrcv ^iLarx'j'èrxi riyS-ïcv, ....
omdat dan
het eerste, dat
Zou
zeggen en
zou.
Hij het
we
niet doen, of
dat
God kan
twee
maal
rechtstreeks
als Hij
was aangekondigd
is
Num. 23
„God is Hem berouwen bestendig maken ?" 19
:
spreken en niet
wezen Gods gereduceerd
Gods omnipotentia beperkt
niet het contradictoire doen.
twee het
drie
Dat
is.
wezen Gods
Doch herinneren
ingaan. in
uit
de
zijn,
:
in
2 Tim. 2
:
13,
vroeger reeds lazen.
Datzelfde geldt ook hierin, dat dictoire.
heeft, dat is
noch eens menschen kind, dat het
Dit wordt van het bewustzijn tot het
welke plaats
Hij
z.
zin
God
in
w.
In gelijken
wezen, maar door het beste zou
moeten vervangen worden. Van dezelfde strekking Hij liegen zou,
gegeven
en nu zou het leugen
niet het beste te
geen man, dat
niet liegen, d.
eerste wijzigen.
zijn
die eene belofte
ó.^su^'rc B-zic,
zou blijken
beste,
h
want God kan
is ü/uzraB-cTov,
dat raadsbesluit ging veranderen, als
:
tweede raadsbesluit
door een
niet
wil,
^6c Trpy.y/uc/.TMV ifzerxB-^rtiiv,
Sty.
.
God
Het van kan
:
want de Deus ordinans is dezelfde als Hebr. 6 18 wordt die ordinatio Dei aldus
begrensd tegen haar
niet
wij ons
de Pythagoreïsche philosophie,
twee maal voort.
Ik
kan
Hij
twee
kan
niet
vier
is
door het contra-
morgen bepalen, is,
vloeit
maar de hooge beteekenis van den in
immers
daar thans niet verder op j,:c^u.bc
gansch de aesthetiek enz. Heel de hoogere
rekenkunde ontleent hare verhoudingen aan het wezen Gods. Zelfs heeft men wel getracht, de mysteriën van het Christendom daaruit dit
in
dit
zij,
het
is
zeker,
dat
al
af te leiden.
Doch hoe
deze verhoudingen hare oorzaak moeten hebben
wezen Gods. Anders zou
er eene lex aeterna
moeten wezen, eene
lex
arithmetica buiten God, en dat leidt tot vernietiging van het Goddelijke wezen.
Maar even daarom kan God morgen niet zeggen, dat twee maal twee drie is, evenmin als dat vuur koud maakt. Daarmee zou Hij Zichzelven verloochenen. Want het is al in het wezen Gods gegrond, zijnde Hij de almachtige, wijze Schepper.
[Daarom hebben onze vaderen in
Dit
God de omnipotentia voor is
ter
sprake gekomen
er altoos zooveel
nadruk op gelegd, dat wie
het contradictoire stelt, den leugen in
bij
Hem
inbrengt.
de controvers met de Roomsche mis. Het brood
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's