Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 122

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 122

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars Prima.)

104

We

zien eerst, waartoe de sensus divinitatis leidt in

welke wrange vruchten

Waartoe

II.

de sensus divinitatis gezond

Als

De

a.

eene

in

blijft

daarna,

staat,

het ongereede komt.

en zich

de sensus divinitatis actu ontwikkelt, dan leidt

in

de belijdenis van het theïsme en monotheïsme, zegt de paragraaf.

tot

hij

hij

normalen toestand

in

leidt

draagt, als

hij

gezonden

kwestie

zekere

deze, of de sensus divinitatis ons een iets of een iemand,

is

gewelddadige macht, of wel een persoon

eene

x,

kennen;

leert

met andere woorden, of hij al dan niet een „ik" stelt te^^enover ons eigen ik. Daarop nu moet dit geantwoord. Wij, zooals wij in den kosmos staan, zijn ons onmiddellijk van bewust, dat ons menschelijk leven hooger staat dan het

er

kosmos buiten

leven van den

dan het leven der natuur.

is

weer; een ieder

ziet

en

daX

tast,

Nu dan het anorganische. organische leven, want zoodra

is

de

heb dus drie gradatiën

Maar

menschenwereld.

onszelven

de

laatste

voelt

alles

tijger enz.

beest, dat

ons leven van een

natuur zelve onderscheiden wij

iets, als

zoodanig genomen, nog

;

niet

eens het

organisme zich zien ontplooien,

immers, van eene x weet

ik

niets.

de anorganische natuur, de organische natuur en

:

bij

die onderscheidingen blijven wij niet staan.

In

en onze geestelijke, verborgen natuur.

En

in

De gewaarwording, de het substraat

nl.

van

al

neiging, alles wisselt, uitgenomen die

gewaarwordingen

ons

enz.,

ik.

nu voor ons besef hooger, dat wisselende of dat constante ? Ieder mensch

dat

het

waardoor

is,

In die

wij een iets als een

natuur

lichamelijke

het éene constante, is

een leeuw, een

onderscheiden wij tusschen de dingen, die constant blijven, en de

dingen, die wisselen.

Wat

het, dat

onderscheiden wij onmiddellijk weer tusschen onze zinnelijke,

toch

uitwendige,

is

h^i organische leven weer veel hooger staat

ddia^x

een

dan openbaart zich meer dan eene x Ik

al

mensch hooger staan dan zoo'n

besef, dat wij als

hooger soort

Ook

ons.

indruk op ons maken, toch verliezen wij geen oogenblik het

geweldigen

een

kosmos

tot

ik in

hem,

juist

deze conclusie

van

alles,

omdat

het constant

is,

dat hooge en eminente

tegenover heel den kosmos de meerdere gevoelt.

zich

hij

wat

leidt

de gansche positie van den mensch

kosmos waarnemen,

wij in den

in

Van den

is ons ik het eenig

constante, wezenlijke en hoogste.

Hoe ontwaren als

beneden ons

machten

kunnen

wij nu de ik

aandoening van de macht Gods

staande of als een, die ons

ik

in

ons binnenste,

zelf aangrijpt?

Hoe ook de

der natuur ons aangrijpen, altoos gevoelen wij, dat die nooit ons grijpen.

divinitatis

Maar

minder

óns

in

tegenstelling

lichaam

en

daarmede ontwaren

minder de

kwaliteiten

wij, dat

ik

de sensus

van ons

innerlijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 122

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's