Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 278
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
260 ken van gelijkheid, en
En nu wordt
maken.
moet het kindschap uitkomen en zich waar gemeenschap van trekken niet gesteld in zekere
juist daarin
die
onbekende metaphysische
om
oplegt
ting
hooger
jagen naar een tot ideaal
2 Cor.
voor
zijn
3:
VV.
1
;
maar
kwaliteit,
aan
zichzelf
te
God
ideaal, dat in
eene zedelijke, die de verplich-
in
van de zonde, en
tot bestrijding
grijpen
God, de Vader,
is.
stelt
te
Zichzelven
kind. likoyYiTcc
:
B-esg Kxi Trxrr^p toxj 'Kitpiou
'o
TTxrrip tG}U ocKTcpjuG>v yvx.l^thq7raa"riq'7rxpxy(.Xr,<Tt(i>gy,. r. A.
Xpio-rsii, b
'r^fx^-'j 'Vr^crcli
Hierwordt dezelfde gedachte
op diepzinnige wijze uitgesproken en dat gelijkmaken van de trekken in nog concreter en praegnanter zin genomen. En wel in dezen zin, dat het de ervaving
van dien trek
is
God
ervaren
ons
die
^ra/jóosAïjo-^^;,
toch nog
^Xl]fta
God, die den trek
in
oiy-ripixo^jic
God
ervaring van hetgeen
8:15
Rom.
VV.
TTUi'jfix oicB-KTlxc,
merkelijken streef
om
trekken
h
:
0)
<yj
oiog
Kpór.Xofiev 'A/?/?a
roü
moet navolgen
de uitkomst? Moet
om dan
van
lAa/Jere Tcvtüfxx
7rxrr,p,
5
^loü
en
in
te
ybecrB-xi,
ik
om
God
in
de van
midden van de
zelfs te
ontwikkeld, maar
door de
juist
zijne trekken.
y..
is
r. A.
dg
yraXiv
(pó/3su,
xXax
iAa/?£r£
Hier doen wij weer een aan-
ontstaan
Indien ik er nu naar
:
en mij wordt gezegd, dat
ontwikkelen,
mijzelf
is
tegenover onze broederen. Die
'SzuXloi.q
De vraag immers
zekerheid, dat de trekken in mij en uit
God om
wil schenken
ykp
stap vooruit.
een
vs. 4,
cf.
der gelijkheid wordt niet buiten
trek
ons teweegbrengt. Het
staat stelt,
in
wezen,
te
in
hoe ontvang
Moet
gelijk zijn?
gevoelen, dat de trek, dien
ik
ik
dat
Gods
ik
ik
dan de
opmaken
nastreefde, in mij
is,
Gods kind ben? Neen, antwoordt de apostel. Het besef van het kindschap Gods wordt niet geboren uit een logische conclusie, maar rechtstreeks door God gegeven. De tvzjiux, die de trekken Gods in ons werkt, is de Geest der ohB-eTi.x, d. w. z. Hij komt declareeren, in ons „Wij hart de verzekering en bezegeling schenken, dat wij kinderen Gods zijn hebben ontvangen den Geest, die ons declareert, dat wij kinderen Gods zijn." daaruit te concludeeren, dat ik
:
Daaraan beantwoordt, dat tot
onzen Vader
te
wij de vrijmoedigheid niet
zouden hebben
declareeren en onszelven kinderen
de grond moest liggen
in
dus
Ts TTveü/xx
onzen ro'j
Sreo'j
Vader mogen noemen, in
te
eene logische conclusie onzerzijds of
ring in onszelven. Neen, de zalige bewustheid, dat wij
Hem
Gods
ons. Die Geest
is
moet
er
in
eene erva-
Gods kinderen
alleen vrucht
om God
noemen, indien
zijn
en
van de werking van
ons toe vervrijmoedigen en be-
kwamen. Gelijke verklaring geldt voor Gal. 4
:
6.
Nu hebben wij het geheele beloop van de ontwikkeling van dezen naam gezien. Want wel zijn er nog andere momenten. Maar ik vestigde op deze voornaamste de aandacht, om te doen zien, hoe de beteekenis van dezen naam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's