Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 725
college-dictaat van een der studenten
Hoofddeel^V^_§^_De_Deo OPERANTE SENSU levend wezen optreedt, de
in
tot aanzijn
GENERALI.
35
geroepen waren, ^s hpn. Die woorden
Statenvertaling
weergegeven door „zijt .s e.genhjk een Hebraïsme; men gevoelt, dat heeft, want naar gewoon spraakgebruik zou
gij
het,
zijn
God", maar die overzetting zóo uitgesproken, geen zin
men er onder moeten verstaan maar God." Dit kan echter de bedoeling niet zijn, d,e opvatting zou dan alleen recht hebben, zoo iemand beweerde dat de Heere eerst door de Schepping God was geworden, en daarvan is geen'sprake want de eenige vraag is deze: of, eer de bergen geboren waren. God er was' daarom zou men eigenlijk moeten lezen „waart Gij er, o God." waart
„Gij
toen
niets
•
anders,
:
[In
dergelijke
gevallen zoekt het Hebreeuwsch
de kracht in het pronomen en weggelaten; het pronomen geeft dan aan het aösolute'z^ZooJv als er slaat xin ^:n ohy^. Het ontologisch begrip van „zijn" wordt bijna nooit' met n^n uitgedrukt, de absentie wordt aangeduid met ^x, de essentie met ü^ alleen bij een overgang van toestand of relatie gebruikt men
wordt
rvpti
r^:n
irx
nn
n>nx, Uit nog eene andere spreekwijze
in
't
dit duidelijk
zooals in
Hebreeuwsih kan men
bemerken; ais antwoord op 't roepen, zegt men >J3n, hier hen ik Hollandsch ligt dan de nadruk op ben, maar in 't Hebreeuwsch ccuwbcn iigi ligt net het zijnsbegnp in het pronomen]. In
't
Zoo moet dus
het begrip ^x
zm: van eeuwigheid waart meenen
zin
en
wel
op
na
te
nnx
hier
genomen
in
den vollen ontologischen
Dat denkbeeld nu, dat hier in geheel aleewordt uitgesproken, is verder in de Heilige Schrift gespecificeerd verschillende wijze; daarom is het nu van belang die uitspraken
gaan en
Gij
er.
de verschillende nuancen op
Gods voor de Schepping wordt uitgesproken. In Maitheus 13 35 lezen wij : 'Ox., .A,,.^-^ :
^
te
sporen van wat van het
ro pr^^kv
M
ziin
r.: .po^pr^rou Xiyo^roc
De
uitdrukking ax. ..ra/?=A^, K=<r^=. is niet de scherpste die voorkomt Wii vinden daarnevens ook het bekende -^i ..ra/?.A;, k:.,^.., maar toch is ^xi . . n.et, wat men zou meenen te beginnen van af de schepping der wereld maar het is de aanduiding, niet van een tijdsduur maar van een moment.' Plaatst ge u op het punt, waarop de K.r./?./;; :
>:.^^,, plaatsgreep,
dan lag
daarachter reeds, wat aangegeven wordt en wat bij x,i nog meer op den voorgrond treedt. Hier wordt gezegd, dat er voor de ..r./?.A-;;, vóór het werpen der fundamenten van de schepping, de grondlegging, de palen, waarop het huis staat, reeds verborgen bestonden die dingen, waarover hier in de eeliikenis gesproken wordt. Hier is sprake van den Zoon des menschen, die als uitstrooiende het Woord des levens, de wereld inging; in God was dus voor de ^xrxdcA, y.o^f,,u de kennis van den Christus, die komen zou, van de wereld 45
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's