Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 430
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE CREATIONE.
14
kanon
En
staat.
straks
als
meid over een
die
vrijer
gaat denken, grijpt dat
heel haar persoon aan. Eer Kant zijn Kritik der reinen Vernunft schreef, heeft
wat gebroed
er
in
voor het werken
hersens
zijn
Gods.
Hierin nu hebben
!
ons
Bij
is
werk bijzaak en het inwendige hoofdzaak. bij
God.
Hem
In
is
opsta
om
De
Te denken,
bijzaak.
even dwaas
heeft,
een zwakke analogie stoffelijke
Die tegenstelling gaat ook door
het binnenwerk het wezenlijke, daarentegen het stoffelijke,
is
met eerbied gezegd,
we
voor een hooger mensch het
dat
God
als dat mijn dienstmeid,
mijn kachel te poken, denkt
:
tot
op de Schepping
wanneer
nu voert
hij
ik
uit
niets
gedaan
mijn gedachten
toch eens wat
uit.
schoof daarom de tegenstelling op den voorgrond tusschen immanens en het opus Dei exeuns. Daarin ligt dat er een groot werk in God is, waarvan men daarbuiten niets merkt; dat er een werk in Hem is, dat wel naar buiten uitkomt, maar begint theologie
het opus Dei 10.
20.
met binnenwerk Eigenlijk
te
alle
is
zijn.
werken Gods binnenwerk.
En
slechts een zeer klein deel
ervan treedt ook naar buiten.
immanens echter mag niet verstaan worden naar menscheware daarbij ook een rusten denkbaar. Zelfs een ernstig denker onder de menschen is bijna altoos in zijn gedachten werkzaam. Tot Dat opus Dei
lijke
analogie,
zelfs
in
den
als
slaap
toe,
't
dat dit uitkomt in droomen,
zij
't
zij
in
een onbe-
men opstaande helderder inzicht in de problemen heeft dan bij het naar bed gaan. Toch is er bij den mensch altoos een periodieke afwisseling. En de gedachte daaraan nu heeft men bij God geheel op zij te zetten, 't Opus immanens houdt bij God nooit op. Het niet een deel, dat werkt, terwijl een ander deel rust, maar God is Actus is wuste werking, waarvan het resultaat
Er
Purissimus.
Gods.
De
is
is,
dat
een altoos voortdurende volledige werking van energie
kinetische
is
bij
Hem
alle
krachten
altoos de absolute, en nooit staat
daar een potentieele tegenover.
Men moet
tusschen
het
opus
quod immanet en het opus
Maar ook tusschen het opus internum en het opus externum. Er een opus immanens quod exire potest. En een opus externum quod exiit.
quod is
onderscheiden
Eerst
exit.
is
alles
quod nunquam
Tot dat internum behoort dan een zeer groot deel exibit. Eenmaal uitgegaan zijn
internum. exit,
en een ander deel quod
dat de opera externa.
Nu kan 't
Is
een
Heiligen
voor het opus immanens verwezen worden naar den locus de Deo.
onderscheiden Heiligen
omdat het
opus ^imptrov, Geest gemeen,
Geest,
werk 't
van
Zijn
werk aan Vader, Zoon en werk van den Vader, een den Zoon en een onderscheiden werk van den niet
is
een
maar een onderscheiden opera discriminata.
Het eeuwige werk van den Vader
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's