Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 562
college-dictaat van een der studenten
:
Locus DE Christo (Pars Prima).
14
ten
tweede,
iemand
niet
terwijl
len,
dat in Ex. 21
:
6 staat „oor", wat natuurlijk
want men kan
is,
met twee ooren maar slechts met één aan de deurpost vastnage40
Ps.
in
:
7 staat de beide ooren, wat dus een andere gedachte
moet uitdrukken, wil David geen dwaasheid zeggen.
Om
deze redenen moeten wij dus eerst de kantteekening „aan kant zetten"
en dan daagt van zelf
licht
't
Laten wij nu vooreerst
over deze plaats.
van de „beide ooren", dan wil verleenen van
„'t
iemand van een oor", zoo hooren ?"
niet
nns 't
een
is
d.
i.
uitdrukking
holligheid in Ps.
40
:
7
't
't
nn3
D^^rx
;
„Zou
:
die
Hij,
dus
is
't
geven aan
oor geplant heeft,
't
om
vermogen gegeven heeft
te
hooren^
).
de oorlel doorboren, maar
niet
menschelijk hoofd, waardoor
dus gelijkluidend met
is
door
schrifttaai uitgedrukt
den tekst
den mensch
die aan
in
de
in
b.v. in
opening maken
maken van een
De
zeggen het gehoor. Zooals men weet, wordt
dit
gehoor" vaak
't
terugkomen
tot zijne oorspronkelijke beteekenis
D''jrN
't
gehoor ontstaat.
„Gij hebt mij het ge-
:
hoor verleend."
Wat
nu „gehoor"
beteekent
Vergelijken wij nu
heid.
dat
I
de H.
in
dat
schijnlijk,
Sam. 15
de
taal der H. S.
waar de Heere aan Saul zeggen laat, eischt, dan is het hoogst waar-
22,
:
maar dat „opmerken beter Bedenken wij nu, wat in den Locus de
krijgen
wij
het
Niet van een „tot sla-
hier dezelfde tegenstelling hebben.
wij
vernij stellen",
volgende resultaat
:
is
dan
S. S.
't
vette der varren".
over de lyriek gezegd
Deze psalm
is
Maar nu greep de
Man
den
is,
dan
gedicht door een persoon,
mensch was, een lichaam had en dus denken kon, dat
moesten uitgeboord.
op
in
is
geen offerande maar gehoorzaamheid
Hij
die
Gehoor
S. ?
audiens esse) het instrument voor de gehoorzaam-
gelijk in alle talen (confer dicto
in dit
lichaam de ooren
dichter door de inspiratie des H. G. terug
Het nn3 der
der smarte, die toen nog geen lichaam had.
D^^rx
was dus onmogelijk bij den Zoon van God in zijn eeuwigen staat; maar wilde Hij komen in den staat der gehoorzaamheid, dan moest Hij eerst een lichaam hebben.
Wij hebben dus twee voorstellingen 1ste
een
geworden
weder
mensch, is
en
die
spreekt, dat
dus noodig
een zondaar, die door de zonde doof
gehoorzaam
heeft, wil hij
dat
zijn,
God
zijn
oor
uitboort.
2de den
Zoon van God, dien geen zonde had en dus geen door de'zonde on-
hoorend lichaam hebben kon bij
is
wien
't
niet afzonderlijk
;
die derhalve
„ooren doorboren" identiek met „rs o-w^x
De
vertaling van den Apostel
1)
In
Jesaja 50
:
4,
5 lezen wij
gesloten oor weer openen.
met
behoefde uitgegraven
is
[rx
dus
't o-';),ax
;
Kx-rripTia-o)
niet foutief,
nns, wat gelijk
het oor krijgen zou en
worden voor Hem was het
te
/u,ct"
uit
maar het
is ]ta
Hebr.
10.
opzettelijk en juist
n"iD en beteekent: het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's