Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 600
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera).
166
er
10.
hier diibbeltaal
is
momenten
2
uitgedrukt
de elevatie van den
in
;
er staat
;
bv.
i/.^tVTa
:
wordt elke zaak door
stijl
daarmede
en
iTTKpy.vccxv,
y.xI
correspondeeren dan de twee woorden die ééne zaak uitdrukken OcsS
y.x! rrrjirrpsc,
maar bovendien 20. nergens in de Heilige Schrift wordt eene zTrcfxvitx van God den Vader dus geleerd de parousie is de ÏTTKpxvux van den verhoogden Middelaar wat deze quaestie
finaal beslist,
;
;
In
20
Joh.
hebben
te
HcsS
tctj
tTTcfcKvctx
28
:
T'jiT? pzc
y.x}.
ccu hendladyolu.
Is
lezen wij, dat
Thomas, na de teekenen des
het lichaam des Heeren, uitriep
in
:
h
lijdens
\ópibc fiou kxI
gevonden
(^lóc
c
ixz-j.
Op deze woorden was critisch niets te vinden, en ook exegetisch was hieraan niets te doen, er schoot niets anders over dan te zeggen Thomas zei hij was blijkbaar in de war, hij maakt een het wel, maar had het mis :
;
exceptie op de andere Apostelen, en er
dus aan
is
spreken geen argument
zijn
te ontleenen.
Daarmee is echter niets gezegd tegen de bewijskracht van deze uitspraak wat zou men toch denken van een vader die, wanneer zijn zoon naar hem „mijn Vader en mijn God," dien jongen niet scherp toekwam en zeide :
om
reprimandeerde
die idololatrie?
Alleen een onbegrensd die
persoon zou
ijdel
verbeeldde, dat de Pantheïstische
zich
hebben toegestaan,
dit
God
in
hem voor
Hegel,
bijv.
het eerst open-
baar werd.
Op
standpunt
het
dezer
zeggen van Thomas zich
critici
we
krijgen
dus
dit
:
dat de Heere Jezus dit
aanleunen, maar daaruit volgt dan, dat Hij was
liet
mensch voor wien wij geen respect kunnen hebben. Nu men nog kunnen tegenwerpen „Ja, Jezus zal wel iets bestraffends gezegd hebben," maar dan is ons antwoord „Goed, maar dan moest het hier een zeer
ijdel
zou
:
:
ook vermeld schaadt
staan
is
;
gezegd,
het
vermeldt
en
de
Apostel
het niet, dan
het karakter van Johannes.
dit
Van welke
men de zaak dus
zijde
beziet,
de bewijskracht die aan deze
plaats ontleend wordt, volgt door het niet spreken van Johannes die er In
Joh.
1
niet
op
te
wilde
1
:
ontzenuwen
door vatten
te
men ook de zeggen
als
er
:
„God",
kracht van de woorden staat
maar
niet
als
'o
(")cCl:,
de
taal
kenis
er
blijft
^ioc
;
r,v
b
Ziedaar
;
5-ciu
(-)£:<,-
/,v
bij h
maar Becc en dus
was. kóyoc
is
het
„Goddelijk van aard" derhalve zou
dan ook van ons gezegd worden dat wij goddelijk echter
kxI
zijn.
Hiertegen verzet zich
beteekent nooit „goddelijk", alleen ^i'cc heeft die bctee-
dus niets anders over, dan ook hier de volle kracht van het
'Aóyoc te laten staan.
de
plaatsen
uit
het
aangeduid met den naam Wci^
;
Nieuwe Testament waar de Middelaar wordt nu komen wij
tot
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's