Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 621
college-dictaat van een der studenten
§
De
4.
145
signis praecursoriis.
en Evangelisten, allen waren Joden. En die optraden
in
om
andere plaatsen ontstonden de kerken
den Christus
te prediken, predikten
Hem
uit
de synagogen.
als
den geboren Koning der Joden, den aan de Joden beloofden en nu gekomen
Zij,
Messias. Een heiden, die zich bekeerde, werd dan ook een Christen-Jood (ReformZie
Jude).
het
maar
in
de Handelingen der Apostelen (cap.
6),
hoe
er
eene
mumureering ontstaat omtrent de bedeeling van de Grieksche weduwen.
Doch ook dogmatisch waarheid
in Christus.
liet
zich het Joodsche element gelden, reageerend tegen de
Die eerste kerken begrepen maar volstrekt
niet,
dat uit het
Zulk een denkbeeld was hun ten
christendom de wereldkerk zou voortkomen.
eenenmale vreemd.
we
Als
hiermee nu een ander moment verbinden
Jezus onmiddellijk verwacht of
n.1.,
dat de parousie van
— dan begrijpen we het, hoe het niet anders kon,
werd
voor het toenmalig besef dier kerken moest het wel alzoo
zijn,
dat de ker-
ken waren geënt op den Joodschen stam en dat de wederkomst van Christus
verbonden werd met een
wederkwam.
dat, als Jezus
haven
dat
;
volkomeu
Jezus'
heil
van die
herstel
Uit de combinatie van die
zegd.
Hij het particularisme
wederkomst, die
voor
welke aan Davids huis was toege-
glorie,
twee elementen moest wel het besef voortkomen,
Israël,
waarin
van
Israël
zou blijven hand-
haast aanstaande was, zou brengen een
de
heidenen
slechts
bij
uitzondering als
proselieten zouden deelen.
Ziedaar den eersten vorm, waarin het Chiliasme optrad.
Toen nu evenwel, nadat dit eerste geslacht was voorbijgegaan, gevoeld werd „zóó spoedig komt de Heere toch niet weer", voegde zich bij de twee genoemde een derde element n.1. dat der reflectie. Men las immers in het Oude Testament stellige, concrete profetieën omtrent Israëls toekomst. Eens zou het volk Gods tot boete en tot bekeering worden gebracht en onder één eenigen Herder en Koning worden verzameld. En daaruit nu, in verband met het voorgaande, trok men de conclusie, dat de ontwikkeling 2.
:
en de loop van Christus' kerk deze zou
zijn
:
eerst
zou de kerk van Christus
nog door de Joden tegengestaan worden, maar op die tijdelijke verwerping van den Christus, ten gevolge waarvan de Joden verspreid waren, zou toch ten slotte eene algemeene bekeering der verspreide Joden
tot Christus
volgen en de hei-
denen zouden dan alleen maar gastvrijheid genieten. Die kwestie beheerschte dan ook metterdaad de heele litteratuur van dien
Er ontstonden tenen
uit
feitelijk
reactie, die bij
tijd.
de chris-
de heidenen opkwam. Het stond evenwel zóó, dat het Joodsche element
:
al
bekeerden
V
twee stroomingen ten gevolge van de
het beheerschende was, en het heidenschehetreageerende.
verhouding der
n.1.
wat Joodsch uit
is,
de heidenen
gaat met de Joodsche ideeën ;
en de
rest,
Men kreeg deze
mee
plus een deel
een klein deel der christenen 38
uit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's