Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 192
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Sacra Scriptura (Pars Secunda.)
18
en
lypse
zaken
Jesaja's
bestond,
Gode
het
goed
beliefd
wat
moet
begrip
de Ethische
sprak,
zelf
God
goed had
God
aan den mensch gebonden moeten innemen tegenover hen, die de
dat
;
Hebben
absolute wij
inspiratie
of
fnuiken en
te
woorden der wet steen kunnen schrijven
en
geen
standpunt,
het
om
gesteld,
in
enkel
dat
wij
gebruiken als een middel,
God aan den mensch
quod
geen
Even
Het absolute inspiratie-
is
affiniteit
ingenomen,
standpunt
dit
Had
10
vrijmachtig
is
de
in
dezelfde.
op den voorgrond
sterk
opzicht
om Gods
de
zelf
op papier
direct
vermijden.
te
ketterij
meer inleven
volkomen
esse
van Gods volk noodig was.
meer krachtig en
dus
veel
laatste
ad
te gebruiken, dan zou dit boodschap even goed bekend werd.
Zijn
Horeb
vertroosting
tot
quod
Kajaphassen
dat
op
welken
bij
zaak
allen
zijn,
God
als
opschreef, even
de
blijft
geweest
beletsel
profetie,
ad
te binden.
dan erkennen wij
esse,
thetice
dat
2.
den
in
quod ad
regel
de
existentiam
niet
affiniteit
contingent,
maar necessaria is. D. w. z. God had b.v. man en vrouw in één wezen kunnen scheppen quod ad esse; maar quod ad existentiam kon Hij dit niet, krachtens Zijn wil. Immers wat blijkt uit de praktijk? Dat God den
in
regel
randa,
terwijl
slechts
naast
de
wel
er
staan
worden dat
ad
voorrecht
mag maar
Raad
moet
Gods,
en
opmerken.
Gods
vrijmacht
het
d.
beschouwen en derhalve w.
z.
God
dat
voor
naar
Raad
gaat
ook
en Ethischen
altijd
dien
letten
God
de dingen alleen van
op de Souvereiniteit en de Praedestinatie,
eene
alles
;
De
bestemming maakt.
souvereiniteit
quod ad esse de praedestinatie quod ad existere. Gods wil penduniet maar is gericht. De praedestinatie ten opzichte der Inspiratie
betreft leert
de
aangerand
inspiratio.
theologisch karakter der Dogmatiek vasthouden
uit
niet
er
door
Krachtens
dus
De Gereformeerden moeten tegenover de Lutherschen 't
om
erkend quod ad existentiam,
tevens
dat
inspi-
maar deze
de dooven en blinden,
doen
te
de
de res
en
voorkomen,
hierop
samenleving
de
in
esse,
een
is
als
Belijdenis
quod
er
de
bij
de
en
de geinspireerden
tusschen
uitzonderingen
het
tegenstelling
Schrift
zocht
affiniteit
;
;
vinden wij Ex. 33
:
12; Jes. 49
1,
:
2,
Jer.
1:5;
Gal.
man,
maar
zijn
5;
1
:
15; Joh. 15: 16
uitgedrukt.
De
Heere
bepaald. Niet die krijg,
zoo,
vindt
vindt
Hij
alsof
personen
neemt
Hij
reeds niet
ergens
niet
een
instrumenten
zijn
niet
een
weet,
wien
bepaald
zijn
boog
alleen
niet,
Hij
naar
mee
zal
Gods en
keuze
maar
denkt
:
Wie de
vooruit ze
maar
nemen, Raad.
is
bereidt
zelf.
zoo,
dat
uitgaat
ter
pijlen
zal
ik
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's