Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 40
college-dictaat van een der studenten
§
Relatio hominis
2.
Relatio,
quae
intercedit,
cum Deo conscia
esse debet.
homini, quippe ad Dei imaginem creato, ut
requirit,
Communionem cum
sit
aliis
pofentia, in ipsius existentiae et sustentationis facto,
iatentem
et
silentem.
sed
cum Deo
homine cum Deo conscia communio, creaturis habet iiomo quoque cum Dei
in
prae
aliis
communionem homo
in iiac terra creaturis,
debet ad communionem cum Deo Ipso, qui et palam cognoscendum se praebeat et cujus conscientiam Ipse eloquatur. Variis igitur modis Deum inter atque homines intercedit relatio et quidem lo in ipsa hominis praedestinatione, creatione et sustenta-
adscendere
tione
30
;
in
20 in vita intellectuali atque ethica,
manifestatione
gloriae
atque
qua homo praeditus est Dei, quam tum in
potentiae
tum in se homo contemplatur et 40 qua Deus de industria mentem suam homini aperit. ceteris creaturis,
;
in revelatione,
Toelichting.
De stelling, dat de mensch naar Gods beeld geschapen is, moet hier ont1. leend aan den locus de homine en wordt dus niet nader bewezen. Wel hebben wij hier te vragen „welke gevolgen uit deze stelling voortvloeien voor deOpenbaring." :
Dat de mensch naar Gods beeld geschapen is moet een doel hebben, omdat de mensch juist daarin onderscheiden is van alle andere wezens, zelfs van de engelen. Er wordt in de Schrift op dit onderscheid nadruk gelegd. Wij mogen aan God niets onredelijks toeschrijven. Wat is dus dit doel ? Volgens de H.S. ligt alle doel voor God in Zich zelf. Dit scheppen van den mensch moet dus eveneens tot doel hebben de gloria Dei. Nu kan er geen glorie voor God in liggen, dat zulk een homo creatus ad imaginem Dei uitsluitend bestaat voor de engelen, want een engel kent eens menschen geestelijk wezen niet en toch ligt des menschen voorkeur juist op geestelijk terrein. Evenmin kan er glorie voor God in liggen, dat zulk een homo creatus ad imaginem Dei bestaat voor de brutae, want die kennen noch God noch den mensch. Het doel van Gods glorie kan eindelijk ook daarin niet liggen, dat God zelf in zijn eigen beeld genieten wil, want dit beeld is in Christus reeds eeuwig aanwezig. Het doel moet dus wezen, dat de glorie door den mensch zelf mediatim tot God kome.
Hoe kan Gods eer ?
nu, door
Op
den gang
drieërlei wijze
in
den mensch
te
nemen,
dit
beeld strekken tot
:
1ste
doordien de mensch dienst doet, om de Majesteit Gods in zijn onbewuste schepping geestelijk in zich op te nemen en te reproduceeren. ten 2de doordien de mensch een bewust zedelijk leven ontplooit, dat buiten hem in het geschapene niet bestaat en hij dus dienst doet om het zedelijk leven als nieuwe schepping in de Schepping in te dragen met het creatus ad imaginem Dei is de zedelijke wereld in de zichtbare ingeschoven zonder dat creatus ad imaginem Dei zou er geen geschiedenis geweest zijn. ten 3de doordien dat imago Dei hem in staat stelt in bewuste relatie tot God ten
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's