Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 780
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Tertia).
ÖO
Wie
geniet van dat onuitsprekelijke schoon, als het wolkenfloers die myriaden
sterren voor ons
oog bedekt ?
de melkweg met
Is
wij
zijn
duizendmaal duizenden lichtvonken
Denk aan
zouden opzien ?
naar
er
er alleen,
opdat
die onmetelijke woestijnen, aan de
zeeën, die de aarde omspannen, aan de door menschenvoet onbetreden toppen
van
Chimborasso
Himalaya en
dat
is
:
alles
opdat wij zouden zeggen
er,
Gods" en dan onzen God eeren ? Neen onzinnig is het, te zeggen, dat de eere Gods moet komen, alleen, omdat de mensch Zijne werken ziet en ze prijst! En, gesteld dat het zoo ware, dan zou immers nog ons religieus gevoel er „hoe schoon
die schepping
is
!
protest tegen aanteekenen, zoo wij
wat
het
zijnen
haar
is,
God zijns
ook
het
zij
we
en zoo
behooren
tot die kleine groep, die
aanbiddend
weet
neer te zinken voor
verstaan van wat de Psalmist gevoelde, toen „het
iets
hem
vleesches
n.1.
oogenblikken,
bij
berge rees"
ten
bij
het zien van de majesteit des
Heeren Heeren.
Hoe vaak is ons hart koel tegenover deze heerlijke dingen, hoe weinig zijn er mede bezig! Moest de Heere Zijne eere van Zijn schepsel ontvangen, hoe weinig zou er van die eere terecht komen Daarom handhaven wij die Schriftuurlijke belijdenis, dat de eere, die God wij
heeft,
een
ligt
werk, die eere leest Hij er zelf
in Zijn
en
oordeel,
komt Hem
dat oordeel
uit
waarmede God de wereld schiep de
aan
ijsvlakten
de polen
Hij
;
eigen zien van wat Hij heeft, dat
Die gedachte „Ik
zal
ligt
uw
uit
de H.
huis
het gedierte des
al
in
Hij ziet
;
telt
S. hierin
is
Die uitspraak
bij
Hij ziet
;
name
;
dat
uitgesproken uit
uwe
kooien, want
Mijne, de beesten op duizend bergen. Ik ken
de gedachte, waarmee wij
is
het doel
ligt
waaruit Hij Zijne eigene eere neemt.
gevogelte der bergen, en het wild des velds
het
daarin
op de toppen der bergen
geen var nemen, noch bokken
wouds
;
de starren en roept hen
het,
is
over Zijn werk
Hij velt
in,
die eere toe
uit
is
bij
Mij" {Ps.
50
:
al
9—11).
ons eigen hart het laatste spoor
van Pelagianisme uitbannen. III.
Wat
wij in deze observatie bespraken, gold tot dusver de eere, die
toekomt
uit het
eere, die
God
gerealiseerde besluit, maar nu moet gevraagd
in Zijne
Schepping
Daarbij
r'r
vers
i^;4">:a-/;
is
5
te
wijzen op Joh. 17
zegt de Heere Jezus
vóór die Schepping het besluit zelf lag.
:
deelen, en
is,
in
eene
vers
Jc^'x
24
in
bestond,
5, 24. y-xl
v'yj
Sói;XTÓv
(xz
cr'-j,
Trknpj Txpx
v/z\> Trph toü r:v y.icr^uov ihxi, Tcxpx toI. Er is gloria
wereld geschapen
Zoon
:
Gode
in hoeverre die
heeft, reeds
en van eeuwigheid tot eeuwigheid in
In
:
God
„innergöttlich", waarin de
lezen wij, dat Jezus zegt
:
cr^
o-exz/rw,
voor God, eer de
-/iyicTryjo-a.;
Vaderende ^c x^i xjtra-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's