Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 316
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
2Ö8
Uit die doorstrooming ontstaat de
en de natiën.
zoogenaamde
coïncidentie. Als
twee tijdstroomen, van ondersciieiden kant l<omend, zich op een bepaald punt in elkander storten, dan wordt de macht geboren, waardoor de tijd zulk een Wie nu maar de zeggenschap heeft over het invloed op het leven uitoefent. van die verschillende momenten, en dus over de daaruit volgende coïncidenties, die beheerscht heel het leven. En dat is God. Zoo is het dus God,
ontmoeten
dien tijd van oogenblik tot oogenblik, met al zijne momenten, in zijne macht houdt en van meet af zóo leidt, dat hij niets is dan eene evolutie van den raad en wil van God, niet maar een werk door God gecorrigeerd, neen, maar een diagrammatische afteekening van Gods wil in de momenten. Want die
juist
daarin
Hebben
de heerschappij van Gods voorzienigheid.
ligt
menschen, nu
wij,
aan
ons,
van
in
tevens
menschen eene a-uyrr.pw-'ij te kunnen opleggen
depot
te
altijd
speelt,
toch
is
maar
brengen,
te
ons
Hij
Onze
namelijk
uit
het verleden en
werkt
ook
bewustzijn
voelen
zoodanig
als
den
wij
a-j-jTr,pr,<nc
er
is
ook
die
in
het
roepen.
In
aanklacht jaren en
afstand
uit
de
in
herinnering
Wat
via
van den
tijd.
;
Hier
de
tot
ons komt,
komt altoos
dat
conscientie,
ook
ligt
dus
grijpt hetzelfde al
in
iets
in
zijn
eigen
werking van het eeuwige, door
voor ons
ligt
;
daar
van het eeuwige
in
den
wij niet in
het leven
op andere wijze
in
kunnen
plaats.
De
geldt ze zonden en misdaden, die voor stelt
Ook
ze altoos onmiddelijk
Eer
eeuwige praesentie.
het tijdelijke er af gehaald.
mensch
Deze actus
de verte
uit
kunnen houden, dat
nogmaals jaren bedreven werden,
is
tweede macht
eene
aan onze daden, maar gaat veel
memoriae
het verleden
den actus conscientiae
voor ons bewustzijn,
komen,
nog
oogenblik opgaan, maar het verleden weer
onzer
evenementen
indirect bij machtige
a-jyTr,pT,Tic
dat wij den stroom achter ons vast
van
nu geene speeldoos, die
is
spreken of opmerken van de conscientie.
het
verder dan de bloote memorie.
dus
gaf namelijk
een beeld voor ons geheugen vermag
plotseling
direct, hetzij
hetzij
Bovendien
leven.
conscientiae
ons,
ons hoofd beelden
in
God
om zoo te zeggen een sleutel op de kast. Maar God de Heere in dat geheugen zelf ook eene hand
of
zoodat
heeft,
gegeven,
tijd
treedt.
algemeenen zin genomen, de gave
in
hebben
wij
het tegelijk
gehouden
in
verband
in
wij het begrip van het
nog meer, waardoor het begrip
is
vermogen om de primitieve beseffen, waarmee wij geboren zijn, houden. En ten tweede heeft God gemaakt, dat wij van die memorie veel last hebben, want kwam alles tegelijk op ons aan, dan was er
geen menschelijk leven mogelijk.
terug
nu
er
het
vast te niet
waardoor
niets hoogers,
eeuwige eenigermate vatten kunnen ? Ja, van tijd met het begrip van het eeuwige
in
zij
ons,
aan ons bewustzijn toe-
dien actus conscientiae ervaart
wezen eene werking
God den Heere
bij
in
als buiten
den
hem gewrocht.
tijd,
eene
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's