Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 104
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima).
86 tusschen denken en
phaenomenaal
die
Het
deed
mensch kan
ieder
;
hoek nu vandaan?
want
niet,
Descartes
is
hebben, een
Zoo
de
aan
men over de daad eene
omdat
de
bewijzen,
dat
mogelijk
in
of
oLcrb.
ïv Tf,
en
beantwoordt,
Dan
daar
En zegt men nu
antwoord
dan
aan
er
Neen.
?
om
ik
:
„Ja,
of
stelt,
om,
juist
als
er metter-
Wat dus bewezen maar men mag toch onder den cicrix
wel het speciale geval
Komt men toch
niet
maar om
de
maken, dat er
En is
elders kan is
het nu
aliquid in re
de Substanzlehre, dan
het niet
is
verschillende substanties voor de verschillende dingen
om
onderscheidene
word dus aanstonds
in
te
men maar van
beantwoordt.
reëel zijn
de stelling waar
nemen, maar voornamelijk
te
Zet
het
in ons.
Zeer zeker, mits
:
denken een
het
generali
thesi
aan
zen.
hnmers, men
gaat
het juist de vraag,
is
Dei beantwoordt aan de idea Dei
de kwestie,
alleen
geko-
tot het zijn niet opgaat."
de idea
uit
is
en exsistentia Dei brengen, want ab generali ad particulare va-
idea
conclusio",
let
volgens
V\l e\nu,
wij de idea trianguli in ons
deze argumentatie nooit ? Eenvoudig, omdat men
generalen regel van het verband tusschen idea en
van
die drie-
poneeren, van waaruit die idea tot ons
te
exsistentia Dei spreekt.
c-la-lx
Waar komt
dan buiten ons gevonden?
wat juist bewezen moet worden,
oLc-ix
wordt geponeerd.
dient,
bij
stelt,
eene
idea
die
Is
het groot heelal,
de conclusie van
men
vordert
daarbij als maior iets dat
in
wv driehoek
ziet ge, dat
Waarom
3.
Neen.
Kant
werpen.
te
God
is
„Gij kunt u een drie-
:
eenvoudig eene constructie van ons denken.
is
er dus ergens 'óyrwg
zeggen
te
er zich een voorstellen.
Zit die in uzelf?
hij
achter zich hebben,
oba-ix
deze argumentatie ondersteboven
heel eenvoudige manier, door
op
het
men.
om
eene
is,
Derhalve, zoo concludeert Descartes,
opgekomen.
is
niet moeilijk,
is
hoek denken
Ook
ons denken aanwezig
in
die uit het ïvrwc ov
Derhalve moet die idea Dei,
Wij denken ons God.
zijn.
tot
de Ursubstanz
causae,
komen.
te
Het gaat
maar om de causa causarum;
ik
geleid tot het zoeken van den Urgrund van de Substan-
men dus die thesis generalis op, dan is meteen de kwestie van het God mee opgenomen. En de thesis generalis, dat de idea corres-
bestaan van
pondeert
met
de
ola-ix,
kan dus
kwestie van de Ursubstanz, dat zijn.
En deze
laatste hangt
kan alzoo deze thesis
niet is
waar gemaakt worden,
moet de
de kwestie van de exsistentia Dei, afgehandeld
van heel andere gegevens
niet tot
of eerst
waarheid verheffen.
af.
En ook
Het logisch denken al gelukte
dit,
dan
minor daaronder kunnen stellen, maar ook dan nog van exsistentia Dei vooraf moeten gaan. Immers, men kan het bewijs de zou niet als minor onder den maior brengen, wat in den maior hoofdzaak is. En
nog zou men God
niet als
dat zou hier geschieden. 4.
Uit
deze
kleine
Want
in
den maior
is
dialectische critiek blijkt
de Ursubstanz begrepen,
genoegzaam, dat men met
dit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's