Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 622
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera).
168
dachten
om
uitgesproken te
uit
we hebben
zijn,
wat
drukken
denken
wij
woordjes die
allerlei
maar
;
stel
we
samenrijgen
dat er iemand was, die vol-
komen zichzelven bewust was, en al zijn denken kon samenvatten in één dan zouden wij bij hem kunnen spreken van „zijn woord". Dit kan
woord,
ons
bij
maar wel
niet,
wortelgedachte
Hem
uit
omdat
;
uit als
Hem
bij
één woord, als
om
nu de Christus op,
treedt
God.
bij
Deze
voorstelling
vonden we
een
ons de innerlijke samenhang
wordt nu
zeer
gelijksoortig
zeker
uitsluitend,
niet
gebruik van het woord
in
te
Woord
het
toonen van het
gevonden
hoofdzakelijk
want ook
het
woord
gaat het
is,
Kóysc en in die eenheid van
Hem.
hoewel
geen agglomeraat, maar ééne
is
denken absoluut één
het
in
subiect in den Vader en dat
Apostel Johannes,
o
Hem
Bij
bij
den
Oude Testament
maar daarmede
13'^,
is
metterdaad eene verrijking van deze Openbaring ons geschonken, en wel eene verrijking die eene geheel eigenaardige beteekenis in de
Wanneer toch
in
de Openbaring
Openbaring
mysterie uitsluitend
dit
in
heeft.
de analogie van
Zoonschap was gegeven, dan zou dit bij de eeuwige generatie geleid hebben tot eene min of meer materialistische opvatting van de zaak. het
Wij kunnen ons geene generatie denken dan die een eene generatie met een absoluut geestelijke basis
is
stoffelijke basis heeft
voor ons ondenkbaar en
onbestaanbaar.
Nu hebben doen
het
Wezen Gods
nu
dat
aanwezig,
van
beeld
den
om
nl,
doen met eene generatie die geeste-
te
pneumatisch
en op den voorgrond
uitkomen
middel
sus,
bij
om
wij
en
bestaat,
lijk
naast
karakter
te dringen,
het beeld
de analogie genomen
'Aoyoc,
dezer
generatie
was metterdaad
van het Zoonschap uit-
eene conceptie, eene geboorte, die buiten
al
meer
te
slechts één
te stellen het
en ontleend aan een proceshet stoffelijke
omgaat en een
louter geestelijk karakter draagt.
Wanneer
wij van de conceptie in de kunstwereld spreken en van het
daarom dat overbodig, maar 't
is
om en
vorm van den Xoyoq moeten beschouwen niet als een integreerend, een noodzakelijk deel der Openbaring
wij dezen als
het geestelijk karakter dezer zaak duidelijk in
woord
de gedachte uitgaat, dan hebben wij eene geestelijke voorstelling, en
waarin
op den voorgrond
te
plaatsen
het licht te stellen.
20,
de tweede plaats moet er op
In
met de
pr,!xxrx,
maar met
'O Xóyoü valt uiteen
gebruik
bij
ons
Eene rede uiteen,
is
maar nu
als wij
eene is
het
in
ó
rx
gelet, dat wij hier te
doen hebben
niet
Aoyo^. pr,iJ,xTx;
ook
zelfs in dat overdrachtelijk
spraak-
spreken van eene rede.
verzameling van woorden, ook de rede valt bij
ons zoo
:
wij
in pr,!xxTx
hebben geen woord, wij hebben nooit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's