Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 322
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima).
304
anderen schepper hebben, dat twee-,
het
in
wezen Gods
God den Heere zal ? God
van
creatuur
Rust het
creatuur
is
nu dat
God
hand onder het
zijne
het schepsel aan het
van
die
van
die ubi's, die het heelal uitmaakt,
tto'j
dus
er die plaats niet. Als
houdt
en
plaats
tot
praesentia Dei
Op
op. Hij
elk
in
God
waar
die het
zelf,
De
totaliteit
dan de
niets
t\)tv
n^
God
zijne kracht inhoudt,
gegeven oogenblik maakt God eene plaats
ze als plaats in stand.
niet alleen
zichzelf
hemel, aarde of hel denkbaar,
dus geen plaats
die plaats
op
Het bestaat alleen van
feitelijk
is
houdt
zonder een
zijn,
schepsel schuift.
zijn is
is
dan
het ubi,
dat ubi, iets dat
want dan
God,
van
ttz'j,
geschapen
niet
tto'j,
die alle dingen draagt. Er los
maar waar
het realiseert en doet zijn. Overal,
draagt, al.
wordt het
zijde
alle schepsel,
de hand van den levenden, ordenenden
is
is,
de kreet van
is
zichzelf? Neen, natuurlijk niet.
in
oogenblik tot oogenblik, doordat het
h-t''»
Het creatuur kan
plaats, waar het staan kan. Maar
bestaat?
opnieuw
wij dus
het met de schepping van zijn creatuur aan dat
heeft
gegeven.
tegelijk
ttzj
/jloi
Hoe komt
niet.
staan
het
Waarmee
een anderen God.
:
vernietigd.
de derde plaats, Jsc
In
3.
is
veelgodendom vervallen. Ook van deze
het
in
En
juist
daarom
de omni-
is
onmisbaar voor het wezen Gods, maar even onmisbaar
voor het schepsel, voor ons eigen bestaan.
Daarom
Deum 17
28
:
men
placht
omnibus
in
a.
e.
oudtijds de omnipraesentia Dei niet te verklaren als een
maar zóo
esse,
:
omnia sunt
Deo. Cf. Rom.
11
Hand.
36,
:
p.
dieper denkende theologen, Augustlnus voorop, hebben de omnipraesentia
De
God
Dei altoos zóo verstaan, dat
„Totus
singulis"
in
wil,
met
de Heere totus in singulis
hebben
Wij
niet
gesproken,
eerbied
Amsterdam een stuk van God is, en maar dat Hij in Amsterdam geheel en is.
in
Rotterdam
in in
et in totalitate
zeggen,
dat
niet
er
weer een ander
is.
in
stuk,
Rotterdam geheel en overal geheel
een gedeelden God, die zich
al
naar gelang van de uit-
breiding eener plaats ook zelf uitrekt en uitbreidt, maar die altoos en onmiddellijk
op
alle
van
plek als aller dingen Drager en Instandhouder aanwezig
God
kracht.
volle
zijne
nederziet
daar
troont
ergens hoog
niet
op de aarde en
die nu draagt
geen omnipraesentia. Wij mogen God Dei eischt, dat
simplicitas
God
Gods
is
zijne
bevelen
Gods
zijn
niet
Hij regeert niet als
zelf! geeft,
maar
Hij
is
de hemelen,
door
Dat
zijne kracht.
kracht hetzelfde
is.
een aardsche koning, die
overal zelf tegenwoordig
om
te
is
in
zoodat Hij
abstraheeren van zijne kracht.
Gods
en
in
De uit
is
De
kracht
de verte
bevelen en
te regeeren.
En nu
was
heeft
er de
men wel gezegd
mensch
niet,
en
is
:
die
Maar
er
mensch
is
er,
toch een zekere grens, want eerst
dan komt God
in
dienmenschcn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's