Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 325
college-dictaat van een der studenten
§ het
De virtutibus
7.
hetzij gevleugeld, hetzij
ons
niet
van
een
meer van de tegenwoordigheid Gods dan een stuk graniet, de zang niet meer dan het kletteren van het water? Natuurlijk wel.
vogel
Maar de
detailleering dezer dingen
beenderen
Al
het skelet.
in
hooger en
dezelfde
is
Het
soort.
is
in
tot
de aanwijzing van de ligging der
een worm, daarom
het toch adessentia
blijft
geen ander genus adessentiae, dat optreedt. de orde der bewuste schepselen.
bij
komt de
creaturen
van de dogmatiek, maar van
taak, niet
zeer zeker de adessentia Dei in een leeuw of
is
dan
rijker
hoogere soort komt eerst
bewuste
de hoogere dieren,
ongevleugeld ? Zegt de majesteit van een leeuwenkop
de prediking. De dogmatiek bepaalt zich
van
307
betreft, dezelfde is als in stellis, in fioribus of in
zijn
adelaar
Der.
de revelatie
en
inhabitatio
Die
Alleen aan de
welke saam
toe,
gecoördineerd staan tegenover de adessentia.
De hoogere
kan
adessentia
het
in
bewuste schepsel aanwezig
zijn
in
het
leven en niet in het bewustzijn (inhabitatio) en omgekeerd (revelatio). Bijvoor-
de Dooper heeft als embryo
beeld Johannes aangaat,
moeders buik, wat het leven
in
door de adessentie des Heiligen Geestes, maar toch
wel inhabitatio
nog geen bewustzijn en dus geen
maar daarachter school geen
En omgekeerd kende Saul de
revelatio.
openbaring des Heeren heel goed; er was
zijn
in
inhabitatio, geen
bewustzijn we/ reve/af/o Dei
gemeenschap van
zijn
;
leven met
het leven Gods.
De inhabitatio. De ouden drukten
2.
het
zeggen de
:
canis
kracht
zijne
geen
licht
mogelijkheid,
est,
affiniteit,
Deo
in
in
door
uit,
caecus perfusus luce
luce-,
en
ze
een
est,
te
zeggen
het licht
geen
is
:
Caecus
vlak
bij,
gemeenschap.
non cum Deo
;
God
ambulat, non cum
in luce
maar
Welnu,
er
is
tusschen
hem
zoo kan men ook
almachtig. Hijzelf,
wel met
is
hond, een steen etc, maar die redelooze wezens missen
om
met
het
hoogere
Communicatio cum Deo quod ad vitam
leven is
Gods gemeenschap
alleen mogelijk bij
te
hebben.
mensch en
engel.
Omdat die op de inhabitatio Dei aangelegd zijn. Nu is er bij den mensch, niet bij den engel, verschil tusschen id, quod potentia, en id, quod actu est. In een nog niet geboren kindeke potentia inest
om
te
spreken
etc,
attamen nonnisi
potentia;
eerst
als
het
kind geboren
komt de mogelijkheid van actus, in een kreet, in het zien van het licht, in het opvangen van geluiden enz. Zoo ook is er in een embryo wel het vermogen om met het Eeuwige Wezen gemeenschap te hebben, doch alleen wordt,
potentia, niet actu.
Beide
bij
mensch en
bij
God de maar ook
engel bestaat de inhabitatio Dei hierin, dat
Heere zijne omnipraesentia niet alleen openbaart wat het
zijn betreft,
quod ad vitam. 20
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's