Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 533
college-dictaat van een der studenten
§
Wel
temporeel karakter.
De Foedere
8.
we
lezen
gratiae specialis.
Openbaring 21
in
de heerlijkheid en eere der volken
der aarde
:
24 en 26, dat de koningen
Nieuwe Jeruzalem
het
in
139
zullen
inbrengen, maar dat kan niet beteekenen uitwendige staatsie of vertoon.
de wereld
28
hfdst.
in
God,
ik
Godes
die
„Omdat uw
:
in het hart
stoel,
uw
nochtans
stelt gij
zijt,
zonde,
der
in
zit
God
geen
2 van Tyrus zegt
:
der zeeën
Gods
hart als
zich tegenstelt en verheft
realiseeren,
zal
boven
al
!
monds en
En Daniel en Johannes zeggen optreden
het
maar misschien een
cum
laude
zich
dan
dien
Luther
is
gepromoveerd. Met
opmaken om
Tegenover deze
God van
broeder
Maar
heerlijke engel geweest.
zal
al die
zich tegen
den
terecht
:
8 „verdoen door den
verschijning Zijner toekomst".
geen schurk
zijn
de 4de macht,
in
summa
respectabel heer, die veel piano speelt en
ijslijk
ben
ons, hoe al die verrijking ten slotte leidt tot
den Antichrist. Dat
van
Ik
:
een mensch en
gij
En dezen mensch wat God genaamd of als
Geest
maken door de
daar
hart."
wordt, zal de Heere, volgens 2 Thess. 2 te niet
wat Ezechiel
hart zich verheft en zegt
God geëerd Zijns
Want
Schrift wijst er ten slotte uitdrukkelijk
de eindontwikkeling der gemeene gratie
dat
op,
De
brand ondergaan.
zal in
gaven en krachten gewapend,
zal hij
De openbaring van
Satan,
te stellen.
noemde,
Christus
't
Is
een machtig
corruptio optimi pessima.
notae characteristicae van de gratia communis, staat
drie
nu het drievoudig karakter van het Genadeverbond. Vooreerst wat de
iustitia betreft.
gevraagd naar wat recht
men
niet.
eerste
bij
vaststellen
Toch de
is
Bij
het groote publiek wordt altoos streng
dat
God ook
rechten heeft, daaraan denkt
er bij het recht in tweeërlei opzicht
iustitia
van
Maar
is.
recht
het
Daar
civilis.
zich
is
uitsluitend
van God sprake.
de vraag, of de overheid
het
Ten
bij
het
regelen heeft naar den volks-
te
of wel naar Gods ordinantiën. Het antwoord moet in laatstgemelden worden gegeven. Daarop rust dan ook de uitdrukking tot de rechters „Gij zijt goden". Maar een gansch andere quaestie is het, of God Zelf rechten op den mensch laat gelden. En daarover is nu sprake. Daarvan weet echter het groote publiek niets. Meer nog zelfs vele Christenen zijn daar blind voor.
wensch, zin
.
:
De
supra-naturalistische
vragen alleen: hoe word heid, bij
een
hen
kwaad,
niet enkel
ze
voor
onderwijzers
alles
ethische
ik heilig?
Christenen
De zonde
is
leven
daar
voor hen een
niet
te
betalen,
de eeuwige zaligheid. Dat die ons
vinden.
het geval
is
bij
maar
in,
ziekte, een
een epidemie, waaraan ze moeten ontkomen.
om
En daarom beschamen zijn
en
Dus
krank't
gaat
de Roomschen.
zoo vaak. Als ze die zaligheid maar verdienen, Bij
't
Christelijk
onderwijs moeten wij onze
maar de Roomschen kunnen
zoldigde onderwijzers en onderwijzeressen krijgen.
te
kust en te keur onbe-
Wie
als predikant
op een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's