Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 701
college-dictaat van een der studenten
Hoofddeel de
uitdrukking
men een heb
beeld
eenen spiegel
in
den spiegel vóór
ik
beeld in den spiegel. wij
Nu
kunnen de woorden
uit
eene
in
duistere
wij
maar wel
zelf niet,
Nu
:
den spiegel het duistere beeld, maar dan zullen wij den persoon
in
tegenover
dat 'persoonlijk
zelf zien, (D"'J3);
duistere „ding" als het beeld van
dat
staat
zien,
zien wij
wat aanduidt het persoonlijk zien
zien „van aangezicht tot aangezicht",
zijn
hetzelfde als ons „ding" (nni)
Cor. 13 derhalve aldus weergeven
1
rede".
nu zien zooals
met den rug naar iemand toe en
ik
den persoon
zie ik
woord „rede"
dat
is
Sta
ziet.
dan
mij,
spiegel
11
maar beteekenen, dat
onduidelijk,
zijn
Introductio.
1.
nu door eenen
zien
„wij
Deze woorden
§
V.
den persoon. Dat
woord
dit
„ding", hier door „rede" vertaald, in
wordt weergegeven,
toont
dat
het
met „rede"
Hebreeuwsch met
't
niets te
maken
"ini
heeft, en dat
daaruit is Hebreeuwsch blijkt de hooge voortreffelijkheid van het Hebreeuwsch boven onze talen. Wat is de oorzaak van alle dingen? „In den beginne was het Woord" zegt Joh. 1. Is daarmede bedoeld eene klank? neen, immers de 2e Persoon van het Goddelijk Wezen want „door dat Woord zijn alle dingen gemaakt" zoo zegt
„woord",
„rede",
„zaak"
„ding"
en
in
hetzelfde
't
;
!
Evenzoo
Johannes verder.
en zegt Hebreen
voortvloeien
wereld gemaakt
Het
eigenlijke
(pxivo^uvjoy
Gen.
laat
1
God door
ons, dat
1
2 alle dingen
:
dat
uit
Woord Gods
het
Woord, den Zoon, de
heeft.
wezen van
het „ding"
is
dus de logos, die er
inzit,
niet het
en de eigenlijke wetenschap houdt zich niet bezig met het tpxiyouvjsv,
;
maar met het „Ding an und
für sich"'
God
de innerlijke logos, waarmee
d.i.
het schiep.
Omdat nu de mensch met hem
wendige "13"!
in
altijd
aanraking komt,
heenziet
en
den logos wil doen uitkomen van wie en wat is
ware taal over het uitdaarom kan dan ook dat woord
het duidelijk, dat de
het "ini zoekt,
overal
alzoo gebezigd worden
Wat
in
1
nomen
in
den zin van „onduidelijk" evenals wij spreken van een „duister betoog".
Wij
Cor. 13 „duister" heet
tegenwoordig portretten,
zien
men eene
is niet
zeer
„donker, zonder licht er
die
spreken,
bijna
onvolledige portretschilderkunst
;
bij",
maar
bij
Men mogen rijk
meer onduidelijk
gevoelt is
in
dit
zien,
maar zooals ze bij
ge-
had :
Nu
echter zullen
zijn."
nu, dat er eene geheel andere bestaanswijze
temporaire leven, vergeleken
is
Israël
Faulus wil dus zeggen
zien wij de dingen onduidelijk in hun afdruk, beeldsgewijze, dan wij ze niet
maar
van ons kenver-
wat het eens
zijn
zal in het
der heerlijkheid.
Bij
beide bestaanswijzen
is
het echter hetzelfde kenvermogen
;
het
is
niet zóó,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's