Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 394
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prïma),
376
voegde
orde
schappelijk
en
was, die was
pns
"itt^^i
Op
b^v pNi. n:lr2X
onverwrikbare,
afgewerkt
;
want
zijne
al
ontbreekt
er
wegen
Daarom
en
doorzichtig
als
is
is,
de
schuift en wisselt
werken
zijn zijne
-\'\-:!r\
D"'^n, gaaf,
En in Hem is geen kwaad, geen zonde, pnï en 'W\ Hier is geen sprake van
God
de Heere aan ieder het zijne geven zou.
Neen, het rechte wordt hierin gezocht, dat wat blijkt
"hvs D^an
God de 'm
dat
staat,
^3
recht. Hij is
zijn
gerechtigheid, alsof
retributieve
vast.
aan.
niets
bn DSiy,^ VDn^-b
:
Onder de menschen
onverzettelijke.
vaste,
4
:
voorgrond
den
maar God de Heere staat
alles,
menschen bereikbaar
onder
dat
pnx.
Israël
in
voorzooveel
nabijkwam,
nu terug naar Deut. 32
Wij gaan :Kin
tegenstelling met de heidenwereld het religieus en maat-
in
ideaal
Al
glas.
zijne
God
in
wegen
is,
God
opzicht de rechte verschijning en gestalte vertoonend.
vast staat,
zijn
juist,
volkomen
zuiver, in elk
zelf, dit is
de gedachte,
vast in Zichzelf, en in de dingen, die Hij doet, vertoont Hij een vast karakter.
is
Als zoodanig krijgen wij dus als het eerste begrip van
Heere
lijnen trekt, ze recht trekt, en ze in Zichzelf
Daarmee
staat
Maar
pns
dit,
dat
God de
en volkomen bezit.
verband, dat het woord pnï ook van weegsteenen
in
weegschaal) gebruikt wordt. karakter.
gaaf
(in
de
Natuurlijk dragen zulke steenen geen retributief
beantwoorden volkomen aan het model en hebben het
ze
juiste gewicht.
sprak zooeven van
Ik
door
relatiën.
relatiën
allerlei
waarvan
ik
ze zijn
D"'?pn.
enz.,
de
de
relatie
normalen alle
De
relatie
zelve
niet
in
Waarmee
^'P^'ji,
zijn,
God is
ze ingesteld heeft, afgedacht van de
het mogelijk, dat
haar tegendeel denken,
bijv.
moeder en kind
maar
wij
dat moeder en kind in
Datzelfde nu geldt voor en tusschen en van
een ongelooflijk groot complex van relatiën geboren
ingestelde levensordinantiën, dat
Alle
om
relatiën.
„recht"
dat recht
Die
op
Gods
is
aarde als
bijv.
kunnen ons
wordt, die tezamen de levensordinanticn vormen. En dat complex van door
van die
in
eigenlijk de lijnen,
op. Dat wil zeggen, die
gestelde relatie beantwoorden,
elkander haten.
staat
nu de
zijn
maar dragen een bepaald karakter; tusschen moeder en kind, tusschen gezicht en
Want wel
God
door
creaturen.
bijv.
slaat
zoo
nu eenmaal zooals
is
geschapen en ze gesteld
en tot elkander. Die relatiën
niet zus en
de empirie.
naar
aan
heeft zijne creaturen
zooeven sprak. En daar
gehoor niet
Hem
kunnen maar
relatiën
vraag
tot
de Heere trok. Ik ga dat woord vervangen
lijnen, die
God de Heere
er
is
de
r\\yvi,
dat
is
wel een uitvloeisel van, maar komt pas is
niets
God
het recht. Niet de beschrijving later.
anders dan eene poging van den mensch,
norma voor de menschelijke samenleving op
te stellen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's