Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 817
college-dictaat van een der studenten
HOOFDDbEL de
de
en
feiten
§
V.
DE NATURA
4.
DECRETl.
nooit tot dit doel kan leiden,
intentie
de woorden en de daden
zondig
alle
Waar
zijn.
127
omdat de gedachten,
nu éene invallende gedachte
oorzaak wordt van ecne lange reeks zondige overleggingen, daar
zulk eene
is
absolute scheiding tusschen de nuda facta en de intentie onbestaanbaar.
op het rechte spoor
eenige, dat
geen zedelijk leven voor God.
leidt,
dit
is
het zedelijk leven des
:
geboden
wij de
ook
het
van
den
dan
er
is
mensch
van
principe
God doodt
eiken
den
als
storm,
dag zeer velen
er
soms
;
bij
heeft toch
Hij
bij
;
Brengt men het
dan komt men
over,
sprake
de schepping
dus
er
ontneemt zoovelen het hunne,
Hij
;
tot oplossing.
God geen
Kan
vele schepen tegelijk verloren gaan.
echtbreken" van
zult niet
niet
mensch op God
den
de pogingen
beeld van Zichzelven gemaakt.
een
juist
bij al
van het eerste gebod
Hem
tweede gebod geldt voor
zedelijk
„gij
na,
is
opmerken van deze waarheid, komen
Uit het niet
grootendeels de moeilijkheden voort, die bestaan
Gaan
Het
menschen
niet.
bijv.
het
in
gebod
God gelden? Zoo kan men de geheele zedelijke God over de formeele
categorie afloopen en dan blijven ten slotte alleen voor
categorieën
zedelijke
van
doen
recht
waarheid
en
inhoud van het zedelijk leven bestaat voor
doen
Recht
poneert
recht
God
voor ons
men dus
Beziet
stellen.
bij
is ;
alleen
is
Hem
dien
in
op
zin
spreken
;
de materieelc
niet.
te vatten, dat
Hij zelf het
het zonde, als wij daartegenover een ander recht
alles wel,
dan
het eenige, dat voor
is
God
overblijft
„God is geen mensch, dat Hij liegen zou, noch een menschcnkind, dat Hem berouwen zou, zou Hij het zeggen en niet doen, spreken en niet bestendig maken ?" De categorie van het waarheid spreken is iets, wat uit Zijn eigen wezen voortvloeit; het systeem van het zedelijk leven bestaat uit ordinanticn waarmede Gods eigen wezen niets uitstaande heeft, maar die Hij voor den mensch bepaalt.
iets
De
deugd
essentieele
ligt
dus
niet
het materieelc van den inhoud der
in
geboden, maar daarin, dat wij gehoorzamen moeten, omdat God die ordinantiën voor ons
maakte,
daarom
Gode gehoorzaam is. Wanneer dit goed zedelijk
besef
de
zoo
levenssfeer
alleen
ligt
zaligheid
tusschen
tegenstelling
kan
de
kunnen
gevat,
is
absoluut
omdat de schuld
hangt
zijn,
in
er
zijnde,
waarheid
gedachte,
God
in
die
het
er iets
besluit
zonder dat
het niet
Vraagt men ten slotte hoe, het besluit
genomen
wij
alleen aan dit punt, dat
God
van inzien hoe voor ons
Gods en onze
gehoorzamen aan Gods ordinantiën. zijn volkomen ongebroken volheid
in
tegenstelling in haar dicpsten grond
en niet-God.
deze
God
tegenstelling
zedelijke
auteur der zonde wordt,
moet gevat, dan
hetgeen Fichte leerde van het Ich en het Nicht-ich
waarop
men
neerkomt,
is
;
is
de grond-
de tegenstelling tusschen
bracht iets voort, dat niet-God
is,
en door die absolute
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's