Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 721
college-dictaat van een der studenten
:
Caput
III.
men
Vraagt
:
De Mediatoris Persona.
nu, hoe deze habitus
§
6.
De natura humana.
van vader op kind overgaat, dan
is
19
hier
tweeërlei geheimenis 10
in
actu coïtus
20
in
habitu organismi.
In
10
zoover
;
opwekking van hartstocht van
de
als
den persoon een
zelf
a-xpYMoc, niet-heilig karakter geeft.
onverklaarbare
ons
ziel en lichaam op voor organisme door het nieuw de afzetting van een
zoover de habitus van het eigen leven naar
20
In
wijze
bij
en bloed en wil en verstand clinatie
Nu
wij, dat
zien
om op
hebben,
zich
in
een verkeerden invloed
(alle
uit te
God
hier
De en
somatische en psychische vermogens) een in-
zich zelf verkeerd te
de actus coïtus voorkomen en Bij
alle
zondige op-
de conceptie van Jezus was geen opwekking
Integendeel,
bij
invloed van ons op andere personen
heiliger
werken en op elkander
oefenen
welling geheel afgesneden heeft.
van vleeschelijke begeerten.
volgt, dat alle vleesch
Waaruit dus
organisme der ouders wordt meegedeeld.
dan op andere oogenblikken.
Maria was een geheiligde stemming. is
op sommige oogenblikken reiner
Als
God ons
losmaakt van de zonde en er veel gebed en vasten
is
in zijn tente trekt
en
-- en wij ontmoeten dan
dan laten wij een indruk na, die heiligend werkt. Maar omgekeerd, dagen hebben van zondige hartstochten, van overgegevenheid aan de booze lusten des vleesches, en wij ontmoeten dan iemand, dan spat er zoo licht iemand, als
wij
iets
van ons onheilig vuur over op dien ander.
En wat nu plaats heeft bij gewonen omgang, geschiedt nog veel sterker Wanneer wij nu zien, dat het voortkomen van den een uit den ander. Maria de reinste opwekkingen, de
heiligste levensuitingen en
bij
in
werkingen van den
H. Geest machtig waren, dan voelen wij, dat de invloeden, die toen van Maria
maar heiligend waren.
uitgingen, niet ontreinigend
Uit
den aard der zaak
de invloed, die van ons
is
ik
uitgaat
op een ander,
een uiting van wil, verstand, vleesch en bloed, van onze gansche apparitie (een
mensch met een sterken heitlich
gelijktijdig
;
geborene,
wil,
maar zonder oog
geeft niets)
van den geheelen persoon.
;
de indruk
Nu
een gansch anderen indruk, dan een niet herborene.
vloed van vader en moeder op het kind
in
is
ein-
Daarom maakt ook een weder-
de geboorte zeer sterk
;
is
de in-
zelfs vindt
men in het kind gewoonlijk een nabloeiing van hetgeen in vader en moeder zat. Ook daar is de overgang dus onder controle van den Heiligen Geest. En waar de H. Geest nu reeds bij een gewoon kind den overgang zóó kan controleeren, dat
uit
diep zondige ouders
wordt, daar hebben wij
physisch organismi
is
ingetreden,
niet
alleen
bonitas.
Het kan
loosheid,
maar moet
in n.1.
soms een kind met
dit verschijnsel
zijn
een analogon voor wat hier meta-
een daad van den H. Geest, waardoor de habitus
omgezet
niet zijn
reine levensopvatting geteeld
is
in
neutrum, maar omgezet
is
in
positieve
een opheffing van de zondige energie door energie-
een mededeeling van goede energie.
Wij krijgen dus lil
46
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's