Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 295
college-dictaat van een der studenten
§
De virtutibus
7.
277
Dti.
de oorspronkelijke ratio, die iiaar proiectie op God werpt. Is de ratio ratiocinata, dan is er in God alleen ratio, en in mij slechts de proiectie van die Goddel ke ratio op mijn eigen wezen. En wanneer we daarbij nu de Heilige Schrift raadplegen, dan rijst er geen oogenblik twijfel, of alleen het stelsel van de ratio ratiocinata mag door ons in
mij
ij
Dat andere
aanvaard.
Kantiaansch.
Met de
stelsel is
deze
Bij
Pelagiaansch, nominalistisch, subiectivistisch,
principieele tegenstelling divergeeren de lijnen geheel.
ratio ratiocinans raken wij uit de theologische wateren in die der pseudo-
Gods
philosophie verzeild, en gaat alle kennisse
Om
nu
de
in
waarheid, die
teloor
denkbeeld van de
in dit
ratio ratiocinata ligt
opgesloten, dieper in te dringen, moeten wij terug naar de schepping van den
mensch naar Gods dianoëtischen
en
enkel
of
alleen
van den mensch het origineel. Als
is
openbaar worden,
a.pirxl
van ethischen,
hetzij
er
dus
hetzij
van
van welken anderen aard ook, dan bestaan die zoo
in ons,
omdat
in
Ze zouden
bestaan.
God
In
beeld.
ons onderscheidene
in
in
zij
op
eene daarmee overeenkomende wijze
ons
niet
wezen, indien ze
niet in
God
God
waren. In ons
is slechts een Abbild van het Urbild in het Eeuwige Wezen. Het is dan ook volkomen waar, wat Kant en de nominalisten zeggen, dat wij het wezen Gods en alle dingen zoo moeten waarnemen als wij ze waarnemen, omdat wij nu eenmaal zoo geïnstrumenteerd zijn. Alleen maar, het is niet accidenteel, dat
toch
wij
zóo en niet anders geïnstrumenteerd
zeggen,
onze
wij ze juist
Nog
:
moeten
kan vinden.
wij
in
Neen, het
beschikking
is
Hem
Alle verschil
de
wereld
uitgaan heeft
van
ook
er anders
om
een
God
is,
God
en
de
zijne verklaring
en dat er een wereld
God kunnen kennen
en die wereld kunnen
y.oa-fxoc
zouden
geschapen
daaruit
tot
God
'y.pirxi,
God
met het
door ons gekend,
wij
vanonszelven
concludeeren, of wel moeten wij
Nu hebben wij en mag noch kan zeggen van God uit. En
en concludeeren op de wereld en ons ?
die wereld het bestaan aan
om Gods
heeft, opzettelijk
schitteren, en die
teruggegeven zouden worden. komt dus neer op deze éene vraag: Moeten uitgaan
gaan op
te
zijns zelfs wil." Hier ligt
die wereld én wij uitsluitend bestaan
Dat dus God de Heere dezen
weer aan
dingen indringen, door terug
en dat wij nu alleen maar overeenkomstig de ons
staande middelen
doel, dat zijne y.pirxl daarin
en
deze
niet zóo, dat er
zijn,
waarnemen. Maar zóo, dat èn wil.
; maar wij zijn Abbilder, dat wil wezen der dingen ingericht, opdat
zijn
het
ook het thans voor ons liggend probleem
en dat ook wij er
ter
naar
4: „De Heere heeft alles gewrocht
diepste zin, waaruit
is,
is
zouden kunnen waarnemen.
dieper
16
Spr.
instrumentatie
te
danken. En dus
gerekend worden dan theologice, dat wil
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's