Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 670
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera).
236 helder
dit
Is
waarom
heb,
in
licht gesteld,
liet
is
Wij
vinden niet de volkomenheid,
potentieel
kan
talen
God
formuleert.
wij
vergelijken
;
dan gevoelen
spreken,
vinden uitgekomen wat
als wij niet actu
Een kind kan,
potentia verborgen was.
wel
van
onder menschen ons gewone oordeel ?
Wat
ken,
dan zullen wij nu tevens begrepen heb-
de kerk aldus hare belijdenis
als het klein
nog
niet actueel spre-
met den volwassen man, die veel
het
dat
wij
is,
die laatste veel hooger staat
dan
het kind.
mensch
Elk
dus
vanzelf
mensch hooger
dat ook de
in,
staat, als hij
dat de volkomenheid toeneemt
slaapt, en stelt,
hij
maar enkelen
schoonheidsbesef,
potentia
bezit
slechts
ontwikkeld, die enkelen staan dus hooger dan de overigen.
artistiek
als
zijn
Dit sluit
waakt dan wanneer
de potentia afneemt en
de actus meer uitkomt. wij nu een
Belijden
Hem
in
overgelaten,
volmaakte Wezen, dan mag niets potentia
God
als het
daar
elke potentia in
Hem
afbreuk doen zou aan zijne
volkomenheid. dat duidelijk geworden, dan
Is
Wat
is
Deïsme?
het
Wij kennen den vloek, die over
God
een
die
en
het „dolce far niente"
in
krijgt
dus
bij
jaren lang sufte
aangegrepen, dat roept
die
kwam. is
Het Deïsme
stelt
ons voor
en een onbegrijpelijk groot
stand gebracht heeft, maar die daarna niets meer kon voortbrengen
tot
Men
alle religie
éénmaal een oogenblik opgewaakt
werk
die
wij nu tot:
de notionale werkingen.
B.
N
komen
is
teruggezonken.
Deïsme de comparatie, de analogie met een mensch, en niets uitvoerde, maar op éen moment door iets wordt het
hem
de werkeloosheid opwekt, en eene actie
uit
te voorschijn
ons verwonderd doet staan, maar wiens kracht daarna
is
uitgeput
Men kan zoo iets waarnemen bij plaats maakt voor nieuwe verdooving. sommige zangers, die ééns in hun leven een heerlijken zang zongen, maar
en
daarna voor goed zwegen.
Op en
die wijze stelt het
sluimerde,
KÓa-fjioq
Wij
in
en
Deïsme ons een God voor, die van eeuwigheid
niets
maar
deed,
die
opeens
sliep
met wondere energie den
het leven riep, en toen zich uitgeput terugtrok.
verstaan
Eeuwige Wezen
nu,
hoe
bij
niets anders
die is
voorstelling
het
eeuwig bestaan
van
het
dan een dood bestaan, zonder leven en zon-
der werking.
Graan op den zolder draagt de mogelijkheid van werking en ontkieming in maar ligt dood totdat het in de aarde wordt gelegd, en nu komt de
zich,
ontluiking, evenals
bij
het graan uit de sarcophagen, dat, toen
men
het vond,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's