Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 652
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera).
2l8 2
7 en Micha 5
:
zaam
om
zijn
die,
1
:
Die methode was goed stukken zocht
uit te
gekomen
de
tot
waarheid op
bij
zichzelven";
dat
Hij
God
is
maar
wijzen,
het
uit
loca probantia de leer-
meer houdbaar, nu
niet
is
ware methode om
wij zijn terug-
verband der Heilige Schrift de
het
elkaar uitspraken als deze
—
en ook
de Vader het leven
gelijk
te
hebben
de volheid der Godheid lichamelijk";
God", éen met den Vader en nochtans van
„bij
Hem
„Want
:
ook den Zoon gegeven het leven
Hem woont
„in
met
onderscheiden,
men met
de dagen, toen
in
heeft in zichzelven, alzoo heeft Hij in
verband staande, nooit genoeg-
in
maken.
te
Nemen we
alhoewel er mee
leerstuk vast te stellen.
dit
staande
relatie
in
;
—
dan
—
Hem
daarmee voor het
is
leerstuk der eeuwige generatie het voldingende bewijs geleverd.
Voordat wij
C.
de
en
ernst
gelegen
hoewel
Vader
De
bij
niet theologisch
alle
den breede nu reeds daarover kunnen han-
de bespreking van het „Filioque", dieper daaropdie
eeuwige generatie des Zoons
verlossingswerk nooit los
maar soteriologisch op uitsluitend
te
te vatten,
zoeken
een
en
den
uit
van het scheppingswerk.
is
Methodistische richtingen de neiging
Evangelie
het
niet in
bij
beteekenis van
hierin, dat het
ligt
Er bestaat
en
wij
wij straks,
ingaan.
zulien
beteekenis, die in dit leerstuk der eeuwige generatie
geestelijke
zijn,
omdat
delen,
hiervan afstappen, moeten wij nog wijzen op den grooten
in
om
het Christendom
de Christelijke
middel
tot
religie
van
verlossing
zondaren.
Men
verkreeg daardoor eene sfeer van genade, eene sfeer van heilswerkingen
en die sfeer van genade wordt geheel vervuld door den
daar
is
het dan eigenlijk
om
doen,
te
men neemt dan
naam van den die sfeer
Christus,
van Christus'
van het gewone natuurlijke leven, geïsoleerd van het werk der schepping en der voorzienigheid. Men erkent wel, dat er ook natuur-
heilswerk geïsoleerd
leven
lijk
maar
schuiven
Nu
erkent wel het werk der schepping en der voorzienigheid,
zij
in
als geïsoleerde sferen naast
kan blijven
nimmer dat
terrein
rusten
van
en
zoo
krijgt
de
;
het
de sfeer van den Zoon,
tend
elkander te staan, hoogstens
elkaar.
oordeelt men, dat dit natuurlijke
vanzelf
in
men
is,
twee komen
die
leven, ons
Methodistische
met
alle
prediker
werk Gods behandelen, en
in
men de
menschen gemeen, zal
sluit
dan ook schier zich geheel
het genadeleven, daarover handelt
voorstelling
alsof
die
twee
men
sferen
op
uitslui-
niets
met
elkander van doen hebben.
Het scherpst komt die ongerijmdheid
deze
lijn
betrekking
is
uit
in
de opvoeding der kinderen.
de gewone opvoeding van geene andere beteekenis dan in
de maatschappij
te krijgen,
om
Op eene
en het doel der Christelijke school
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's