Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 793

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 793

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Hoofddeel vast,

krachtens

die

vrijmachtigheid

liggen,

het

diezelfde

de

gelijk

geschapen

De natura

4.

schepsel

het

naar het beeld Gods

te zijn

doen

het

afhankelijkheid

in

103

doet

kan

zelf

het denkbeeld van

In

ligt.

dependentla

ligt

hij

schepsel

het

in

God

in

ontleent zichzelven het motief voor wat

moet

nooit

vrijmacht

der

decreti.

naar den beelde Gods, dat de kiem van

schepping

in

wortel

§

V.

wie

;

vrij schildert,

wie schildert naar een model,

;

van het oorspronkelijke

daarom

;

heeft de

portretschilder nooit de vrijheid van iemand, die een studiekop maakt.

Hieruit volgt dus tweeërlei

dat er

10.

macht

in

20.

dat

den mensch ook moet

in

de parallelisüsche trek van de

zijn

God, en die parallelistische trek in den

dependente wijze als

zij

in

God

bestaat

mensch

altijd

op independente

bestaan moet op even wijze.

Dit zijn de problemen, die in de schepping naar den beelde die nu gewoonlijk door de Pelagianen Arminianen enz.,

opgelost,

men

dat

gebonden aan

de

öf

:

concludeert

menschelijke

den mensch, het beter

gianen,

Arminianen. en

dat

den

zij

dan

vrij-

voorzien

waar nu

dat,

vrijheid

aan

blijkt

God

de vrijmacht Gods

is

Socinianen

óf

de Goddelijke vrijmacht

gaan binden.

te

kiezen, en dat

;

liggen, en

dat een van beide moet

komen met hunne

mensch absoluut vrij laten wat wij doen zullen dat

Gods

op deze wijze worden

Alle Pela-

stellingen hierop neer,

God

anders kan,

niet

anders kan

Hij in Zijn besluit niets

zien dan Hij in ons zag.

Zoo Al

ligt

die

God aan banden van de systemen

zijn

daarom

in

absolute vrije wilskeuze des menschen.

hun diepsten grond

irreligiciis

;

al

die op-

lossingen, die uitgaan van de absoluut vrije bepaling door den mensch,

hierop

dat

neer,

diep zondig zijn en altegader

zij

Twee vrijmachtigen naast elkander zijn men God dan in Zijne vrijmachtigheid,

offeren.

bindt

komen

God aan den mensch op-

niet bestaanbaar, en terwijl

daarom

de mensch wordt

vrij

verklaard.

De

Gereformeerden

zeggen

daarentegen

daarom moet de mensch gebonden, uw van den mensch spreekt uit ons, als wij onze

vrije

Dit

is

wilskeuze diep

te

zondig

God moet

:

vrijmachtig

vrijheid deugt niet

het besluit

Gods

;

blijven,

de emancipatie

willen binden

om

redden.

en

komt

neer,

op wat Satan aan den mensch

in

het

God zijn, kennende het goed en het kwaad," zelf bepalende wat goed en kwaad is. Die opvatting van Satan is veel dieper dan die van Pelagius, Arminius en Socinus, want als men toch de absolute vrijparadijs influisterde

heid

der

:

„Gij zult als

menschen poneert,

mensch op

dit

nog

want

niet uit,

oogenblik is

er

dan

is

het

niet

genoeg

om

te

zeggen, dat die

zus of zoo handelen kan, dat maakt zijne vrijheid

dan toch nog boven hem eene bepaling van goed en

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 793

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's