Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 182

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 182

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars Prima).

164

menschelijk

namen

ook

verschijnsel,

ontleend

die

aantreft,

heidensche volken gezien, waar men

allerlei

bij

aan

zijn

gebeurtenissen,

personen,

ligging,

eigenaardigheden enz. Dikwijls

werd

er

bij

hier

te

doen

hadden we Dit

ligt.

met

thans afgesneden

is

gelegd, als

dat alleen op het terrein der openbaring

iets,

wat we

al

;

QW een nadruk op

van

behandeling

de

behandelden, lag buiten

tot hiertoe

dat terrein.

Maar gansch anders wordt

B.

nu,

het

waar

gebezigd wordt van den

Di^

Heere onzen God.

Op

a.

den voorgrond sta

aan den naam „God" door God,

God

waarin

':'iN,

D\"i!'X,

God gegeven

inbeelden, dat er

Men

b

wordt het Hoogste Wezen ook aangeduid

K-jpcg

etc.,

heeft.

maar dat

De naam

de eigennamen,

niet

zijn

komt ook

D\-i'?N

als

de naam Baal,

God de Heere

nomina communia,

zijn

zelf

geopenbaard

niet in dien zin, alsof er

maar omdat andere volken, die zich metterdaad meer goden zijn, ook die namen gebruiken. En ook de Schrift zijn,

noemt de overheden en de rechters dezer aarde goden, D\i^N

zelve

138

:

1

:

„In

andere

bij

onderscheide zulke namen, die door de menschen

wèl van de namen, die

namen

zouden

meer goden

Ps.

zijn,

andere

Die

heeft.

de opmerking, dat men daarbij niet denke

even goed door de menschen uitgedacht

is

die „Heer" beteekent.

aan

Snó^,

o

geopenbaard

zich

volken voor en

hierbij

enz. Zeer zeker

de tegenwoordigheid der goden zal

ik

U

,

bijv. ;"

psalmzingen

in

een

woord van den Heere Jezus terugslaat in Joh. 10:35: goden genaamd heeft, tot welke het woord Gods geschied

zeggen, waarop ook het „Indien de wet die is

.

.

God

."

Men

lette

is

een Heer der heeren, dus

dus wel op

:

D\i''X

en

openbaringsnamen, maar nomina het Hoogste

Wezen

heeft

^^iN,

zijn

er vele

W'pH

en

Dominus

Deus

appellativa,

pogen aan

slechts éénmaal in de Schrift sprake

te duiden. is

van

enz. etc.

zijn

geen

waarmee de mensch zijnerzijds Daarmee hangt samen, dat er

D\i^N-Dir,

nl.

in

Ps.

69

:

31.

Wel

„naam des Heeren", maar op deze éene plaats na, niet van den „naam Gods". Deze uitzondering behoeft ons dan ook niet op te houden. Trouwens, hier wordt geen naam aangeduid. Het is hetzelfde, alsof

lezen

wij

er stond D'nbii,

:

van den

W3

Dt^ n'?br\a.

maar van D\i^N

is

Hij

de

wil

den

Naam mn\

Naam Het

loven. is

hier

En

die

Naam

is

niet

derhalve een genetivus

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 182

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's