Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 483
college-dictaat van een der studenten
§ door de Coccejanen
De Pacto
5.
ingebracht, toen
is
89
Salutis.
foederaie idee technisch ging
men de
opvatten.
Thans staan we voor de vraag: Indien
V.
eeuwigheid zonder
er
een constitutio Mediatoris was, hoe
af
vervallen?
in trithéisme te
nu metterdaad reeds van
dan geschied
l<an dat
zijn,
Als dat pactum van eeuwigheid af bestaat,
en kan men dan nog wel spreken van wezenseenheid tusschen Vader en Zoon? Komen we er dan niet ongemerkt toe, dat we, zonder het te willen, toch de Drieëenheid Gods prijsgeven? Om dit probleem op te lossen is er maar één weg, deze n.1., dat we, hand-
de gelijkheid dan
is
een
niet
fictie,
havende de wezensgelijkheid tusschen Vader, Zoon en Heiligen Geest, de subordinate betrekking van den Messias verklaren uit volstrekte vrijwilligheid. De oorzaak van het pactum ligt dan niet langer in een ongelijkheid, maar in schikking, in overeenkomst, in vrijwillige afspraak.
Doch de
al geeft dit
moeilijkheid
aan den eenen kant een verklaring, toch
nog
niet
Want nu
geheel te boven.
blijft
zijn
we hiermee
deze nieuwe ver-
Het optreden der zonde en de noodzake-
houding toch nog een incidenteele.
dan oorzaak geweest van de veranderde verhouding tusschen Vader, Zoon en Heiligen Geest. Ware de zonde uitgebleven, dan zou er, op dat standpunt, dus geen sprake zijn geweest van een foederaie ver-
lijkheid der verlossing
houding
Om
is
Goddelijk Wezen.
in het
komen moet men nog verder gaan en tot het inzicht komen, dat de foederaie betrekking tusschen Vader en Zoon een absolute is, een van eeuwigheid met het Goddelijke Wezen zelf gegeven betrekking. Zoo boven
dat te
te
valt vanzelf al het incidenteele
En dan bij
heeft
men nog
weg.
op den Heiligen Geest;
te letten
het pactum pacis altoos verzuimd
niet.
Alle
eerst
dan
drie is
de
personen
in het
iets
wat
tot
dusver
Die verwaarloozing echter voegt ons
is.
Wezen staan even hoog. En men belijdt, dat de verhouding
Goddelijke
men, waar men wezen moet,
als
tusschen Vader, Zoon en Heiligen Geest, nog afgezien van het verlossingswerk,
op zichzelf een foederaie verhouding, een oeconomia per se foederata
VI.
vast. salutis
nu
De groote
pactum
een
we
er
stuk
Schrift.
te
der geopenbaarde waarheid
dan nochtans voor hebben.
Deze
dat is
dit
niet
salutis staat
dus nu voor ons
tegen het gevoelen, alsof het pactum
door bepaalde uitspraken der Schrift
paragraaf op gewezen, Heilige
het
we geopponeerd
Intusschen hebben
toch
grond
van
beteekenis
is.
bewijzen ware. is,
Daarom
samenhangt
dan is
rijst
Doch
als het
de vraag, welken
er in het slot
van onze
met den aard en de natuur der
een syllabus van geopenbaarde mysteriën voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's