Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 569
college-dictaat van een der studenten
Hfdst.
Het Bewijs VOOR DE
II.
woorden: de Patre Letten
Dominus
„Dicit
Ego
:
wij
nu op, dat er
er
waaruit
niet staat
dat het
bUjkt,
unum sumus
Pater
et
Sancto scriptum
Filio et Spiritu
et
Heilige Drieëenheid UIT DE Openbaring.
est
unum
„hi tres
:
staat,
zal
een los op zichzelf staande zin beginnen met „et". 5
Joh.
Cyprianus
van
ling
komt
nu
7
:
juist dat citaat
dat
31) et etiam
sunt".
maar „et" er want niemand
sunt", is,
met „et" voor; was dus de bedoevan
verband
geheele
het
:
unum
een verband genomen
uit
bij
In
10
(Joh.
et hi tres
:
135
de Heilige Schrift leerde
Zoon en de Heilige Geest éen is, dan zou er geen „et" bijstaan, het 7. zou dan ook geen zin hebben als citaat kan het alleen zijn uit 1 Joh. 5 zijne geschriften liggen dus al Zooals bekend is, stierf Cyprianus in 258 dat Vader,
:
;
;
den
achter
der Ethiopische vertaling en achter de laatste periode die wij
tijd
de Grieksche kerk voor het ontstaan der codices vonden.
in
Nu komt
nog eene plaats van Tertullianus (gest. 220) uit zijn werk XXV waar wij lezen „Ceterum de meo sumet Para-
daarbij
„Contra Praxeam" Cap. sicut
cletus,
tres
ipse
dat
wij
omdat dus
de
est
nu
wij
:
alterum
Ego
connexus Patris ex
Pater
et
uitspraak
die
Tertullianus
bij
altero,
de
bewijskracht
de
qui
in
Filio et Filii in
tres
unum
Paracleto
non unus,
sunt,
unum sumus".
naast
laatste citeert terwijl dit bij
zeggen
niet
:
Patris, ita
cohaerentes
efficit
quomodo dictum Leggen
de
woorden van Cyprianus, dan
zien
Cyprianus
ligt,
ontbreekt,
den eerste
die
bij
niet het geval is;
men kan
„Tertullianus heeft dien tekst gebruikt".
:
Toch legt de verklaring van Tertullianus gewicht in de schaal, omdat uit zijne woorden blijkt, dat deze formule bij hem reeds in zwang was. Daarin heeft men niet een bewijs dat in zijne dagen die tekst al bekend was in de Afrikaansche kerk, maar als blijkt dat in 483 de geheele kerk dien gebruikt,
en
Cyprianus dien reeds zoolang vóór dien
wij recht
om
te
dat
in
1.
zeggen
tijd
citeert,
dan hebben
:
de Oostersche kerk
tot
omstreeks het jaar 300
1
Joh. 5
:
7 niet
bekend was, 29.
was van 30. tijd
daarentegen
dat
dien
tijd
dat in de
blijkt,
Westersche kerk de tekst wel bekend
en
af,
dat blijkt uit de „Confessio fidei" dat
waarop
Decius
de
:
Oosten
niet
in
Afrika gold omstreeks dien
bekend was.
zware vervolging onder Decius uitdaarna de codices pas voor den dag komen, dan staan wij voor „of niet de opzettelijke uitroeiing der codices in de vervolging van
wij
brak, en dat
deze vraag
In het
hij
Rekenen
hij
nu,
oorzaak
dat
is
in
't
jaar 250 de
van de verschillende lezing
in
de Oostersche en
Wes-
tersche kerken."
Wij
staan
dus voor
het
opmerkelijke
verschijnsel,
dat in de twee groote
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's