Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 642
college-dictaat van een der studenten
;
Locus DE Christo (Pars Prima).
94
om
de existentievorm voor den Zoon van
God
worden.
te
moet
Hij
aller zijn,
van een bepaalde mensch.
niet
Daarom
lezen
wij
niet telkens
iyw
'l/jo-cD^^
;
naam en persoon
Hij stelt zijn
op den voorgrond, maar zich abstraheerend van alles wat menschen van menschen onderscheidt, noemt Hij zich uihc rcrj ay^rp^MTrou. niet
Er
op aarde een groot aantal menschen, die niets dan menschen zijn maar daarboven steekt een ander aantal uit door geld, door kunde, door slimheid, door betrekking, door geboorte enz. Er is een menschenzee, maar er zijn ook in die zee groote golven met gekuifde koppen. Meu heeft het vlakke land en de hooge bergen (gelijk de Schrift zegt, dat alle hooge berg zal geslecht is
worden,
w.
d.
alle trotsche,
z.
hoogmoedige menschen
zullen vernederd worden).
Had
Christus zich nu willen aandienen als persoon, dan had Hij moeten hebben
alle
grootheid en macht, alle kunde en wetenschap, die een mensch tot een berg
verheft
dan zou
;
Hij niet alleen als
menschen moeten niet
als grooter
hij
;
dan
alle
andere
een hotel, zegt
in
ben baron Rothschild
ik
:
mensch, maar
Als Rothschild komt
opgetreden.
ben een mensch, maar
ik
:
zijn
hij
toont zich gaarne
in die qualiteit.
Zoo doet Christus niet
Wij
ontkennen dus
vereenigd
Wat
hij
:
ik ulhc rob y.y^p<j)xou,
man. dat
niet,
een persoon, mits
in
maar
zin,
Als Hij zich aandient, zegt
nooit.
die en die groote
ik,
:
men wel spreken kan van de twee naturen men „persoon" niet opvatte in Fichtiaanschen
den zin van „subject".
in
beteekent nu die uitdrukking
Zie Matth. 8
De Heere
20.
:
met de vossen
en
vogelen
avB-püy-rou
relt
uih<;
het uog toü
? avB-pïoTro'j in
„Zoon des menschen" wordt
het
;
:
stelt hier
tegenstelling hier gebruikt
tegenover de dierenwereld.
Ook
Ps. 8
met de
:
13
:
vinden wij dezelfde uitdrukking: „Zoon des menschen", en
tegenstelling
in
met de dierenwereld schapen, ossen, maar tevens :
de engelen.
D^nl!>N ^:n,
Dan. 7 7
5—9
:
eveneens
hier
eveneens sprake van den WiH
is
3 vier dieren er tegenover worden gesteld
en de rhinoceros, terwijl hier staat
Er
is
aan
plaats
engelen
en
8
:
3,
5 sprake
is
maar weder zoo, dat
geen
de
twijfel
natuur
der
dieren.
des
aan,
of
menschen
Het
roü
olog
van een ram en geitenbok. Ook
in
kv^pi^Trou
duidt in de allereerste
onderscheiding
van
wezen Gods in het maar dat de natuur des menschen door den duidelijk te
gehaalde plaatsen op de menschelijke natuur
maken, wijzen ons de aan-
in tegenstelling
met die der dieren
en engelen. Ps.
72
:
4
is
de natuur der
duidt dus niet aan, dat het
wezen des menschen veranderd is, Zoon is aangenomen. En om dat nu
In
in
de leeuw, de beer, de luipaard
nn dus tegenover de dierenwereld.
ti^JN
dus
in
:
13,
sprake van de |V3N
^J3.
Wat
beteekent dit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's