Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 783
college-dictaat van een der studenten
Capüt van Gods
IV.
De Mediatoris Statibus.
§
Status modi.
3.
81
gebod aan den overtreder waren opgelegd. Nu heeft God de Israël niet het Werkverbond, maar het Genadeverbond gegeven, doch in het Genadeverbond is het Werkverbond ingedragen Heere
heilig
de Thora aan
in
om
Israël het
doen
te
in
gevoel van schuld te wekken en de dorst naar verlossing van schuld ontstaan. Zoover in de Thora het Werkverbond lag, was
dan de wederoplegging aan
het niets
van hetzelfde verbond, dat met Adam in 't paradijs gesloten was. Het Werkverbond is niet weg, maar de mensch verkeert er nog onder. De besnijdenis heeft dus de beteekenis, die Paulus geeft
m
Gal. Is
4:4;
Christus
is
Israël
yzi^iueu:^
de besnijdenis dan ook niet
bond
-
?
;
rlv
v'zfxzv.
zoodanig een teeken van het Genadeverook gepaard met bloedstorting en eo
daarom ging zij ipso nog heel anders dan bij het ontvangen van koud water op het
Ja zeker;
met hjden
-Jtto
als
voorhoofd, schreit het kind IS
ook
het
bij
bij de pijnlijke operaties der besnijdenis. Daarom Christus geweest het eerste storten van bloed, het eerste onder-
gaan van verwonding en maar coram judice coelesti.
lijden.
Een
En dat
niet als reus
coram judice
in terra
lijden dus,
waarin tevens de insluiting in het kind van 7 dagen de besnijdenis ondergaande,
Genadeverbond lag. Christus als ondergmg die als Middelaar (niet voor zijn eigen persoon) en onderging daarbij een lijden niet voor zich zelf maar voor ons. Hierin is dus een van de priesterlijke zijden van zijn Middelaarschap openbaar geworden Dus „geworden onder de wet", maar ..,«., in den zin van Thora, die een renovatio foederis operum was en een annunciatio Euangelii. II.
De sociale po sitie.
de tweede plaats een kort woord niet over den status, toestand, waarin de Heere zich op aarde bevonden heeft. In
maar over den
Wanneer men de standen eens sociaal (en niet burgerrechtelijk) neemt, dan men nu bij ons 4 standen: de aristocratie, de burgerstand of bourgeoisie
heef.
de werkmansstand en de geheel armen. Zoo scherp was het in Jezus' dagen nog niet afgeteekend. ons zelf den toestand in de vergelijking van den rijken kent maar twee standen:
Heere
hield
voor en
de
zich
De Heere toont man en Lazarus- Hij
rijk
veel bezig
en arm, en
stelt die
hier tegenover elkaar
met de sociale toestanden
;
'(De evenzoo de profeten
discipelen
na Hem. De Heere dwong zijne jongeren om in de gaan en daar het zedelijk element te vertegenwoordigen) nu kent alleen de tegenstelling van arm en rijk en appliceert die van goed zoowel als van kennis de rijke man en de arme Lazarus de ^o^ci- „Vader ik dank U, dat gij deze dingen den wijzen en verborgen hebt en hebt ze den kinderkens geopenbaard" tegenstelling van hoog en laag, rijk en arm, v^^.c. en ao^oi, dan
sociale toestanden in te
De Heere op het bezit
:
de
yr,7rtoc
en
verstandigen
Neem
die
•
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's