Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 909
college-dictaat van een der studenten
Hoofddeel Gods
VI.
§
de Heere zegt nu, dat
;
gesproken.
heeft
buiten schuld
hij
Job 42
In
De Grondbeschouwing der
3.
5
is
H. S.
219
getreden en recht van
God
„Met het gehoor des oors heb ik U gehoord, maar nu ziet U mijn oog." Die woorden zouden ons licht in de war kunnen brengen Behalve van „kennen Gods" is ook sprake van „zien Gods". Het Woord van Jezus „Zalig zijn de rcinen van hart, want zij zullen :
heet het
:
:
:
God
zien",
hier
valt
hier
Zoolang men eigenschappen
men de
der
de Goddelijke mysteriën,
die
in
't
zijn
hart overgebogen.
6 zien wij weer de beperktheid van
:
om het groote obiect God hebt Uwe wonderen
men kan
ze
kennis
is
mij
hier
in
waarin
is
Almachtigheid
mensch,
komt
men in de cogiHet opsommen van de
zijn.
is in het cogitare, het zijn heeft men, ais voorwerpen van Gods Almacht voor zich ziet. Vroeger hoorde redeneeren van Gods Almacht, nu heeft de aanschouwing van de
Psalm 40
mijn
nog een
er
is
klare
Almacht Gods In
weer een ander „zien" van God, maar
is
zijn en denken.
redeneert over
maar behalve
bezig,
Job
dat
;
de tegenstelling tusschen
is
tatio
buiten
God
niet
in
orde
bij
wonderbaar,
te
aanmerking,
God
in
U
gedachten
hoog,
kan
ik
gehandeld
er
Van
:
„Gij o
den
Heere
aan ons vele gemaakt,
verhalen." Evenzoo is
zij
omdat
den mensch
Uwe
en
het creatuurlijke in
kunnen opnemen
te
in
Psalm 139
wordt
van
:
6 „de
Die uitspraak
er niet bij".
verhouding
de
wondere van een eigen persoonlijk bestaan te hebben, en toch van God zich omringd te gevoelen, is het dat David deze woorden uitspreekt. tot
Jesaia 40
In
:
13—15
staat.
die betrekking, dat
vinden wij weer hetzelfde „Wie heeft den Geest des
Hem
Heeren bestierd en wie heeft
als zijn
raadsman onderwezen".
Diezelfde
34 „want wie heeft den zin des Heeren gekend, of wie is zijn raadsman geweest." Welke is daarvan de bcteekenis ? Die moet uit Jesaia 40 gevonden worden. Hoe komt de mensch aan kennis ? heeft hij die uit zichzelven ? Stel dat men een klein kind isoleerde komt ook voor
phrase
van
alle
in
Rom.
11
:
33,
menschelijke samenleving, dan zou
in
Wij hebben onze kennis door onderwijs. Dank van
nis
den
een
op den
ander over,
en
dat kind geene kennis komen. zij
dat onderwijs, gaat de ken-
vormt de kennis van mensch en
mensch, geslacht en geslacht eene concatenatie, eene eenheid. „wie lijk
heeft
Hem
onderwezen," dan
ligt
Staat hier dus
daarin de gedachte van het mensche-
geslacht zooals het genealogisch en sociologisch bestaat.
Wanneer nu daartegenover de kennis Gods wordt geheel
buiten
het autogone van de kennisse besluit
dingen."
dan
gesteld,
dan
het menschelijke geslacht, genealogisch en sociologisch
ook
Gods
met het „want
uit
;
zij
is
Hem
eene kennisse en door
Hem
in
ligt ;
die
het
is
se per se. Paulus
en tot
Hem
zijn
alle
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's