Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 287
college-dictaat van een der studenten
§
7.
naar het beeld van
deze
en
tegenstellingen,
onzen
uit
hare onderscheidingen, respective
in
eenheid kunnen vatten,
niet in hare
aanleg,
creatuurlijken
en iuxtapositie verheven
dragen kan.
De
vaardigheid
is
is
daarom de
God
de rechtvaardige
niet
in
heilige
het
God
is
zelf:
de recht-
èn heilig èn
tegelijk
zijn
in
van
alle
van
de
heiligheid gelijk aan
is
Het
heiligheid.
TrX'r^pioyLx
lichtstraal
loste maken.
eigen wezen. Niet een
zijn
van heiligheid, wijsheid, rechtvaardigheid enz. De
effecten
is
èn genadig enz. En hieruit volgt tevens de identiteit
genadige God, en daarom
aan
hare
te ver-
ze niet anders dan als eenheid in zich
is,
heiligheid
maar geheel het wezen Gods
rechtvaardig
geliik
in
omgekeerd het wezen Gods, dat boven deze successie
Terwijl juist
van,
is
van de opeenvolging
die
momenten
en iuxtapositie der oogenblikken en
deel
269
Dei.
eigen wezen, ons ingeschapen. Dat nu wij
zijn
slechts
virtutes
klaren
De virtutibus
is
heilige
die
virtutes,
niets
is
Wezen, dat
het éene Goddelijke
de
als
dan de onderscheidene
van
éene grondkracht
God
genade en genade
wezen, de éene
zijn
Onder
zoovele kleuren breken doet.
dit
voorbehoud
nu kan men spreken van eene triplex via cognitionis ten opzichte
van deze
virtutes, te
tionis, mits
de maatstaf is
en
blijft
De en
weten de via
causalitatis, eminentiae
maar steeds in het oog worden gehouden, dat niet wij zijn, waarnaar God is te meten, maar dat Hij de canon voor
al
schepsel.
zijn
indeeling van deze eigenschappen of deugden
onmededeelbare drukt
wezen
en nega-
dit
archetypische
in
van
mededeelbare
het
Goddelijke
maar gaat toch inzooverre mank, dat in den naar Gods beeld geschapen mensch een 'iy.r-j7riv ook van de ten deele zeker
uit,
niet-ethische en niet-dianoëtische virtutes aanwezig
is,
terwijl
ook de ethische en dianoëtische virtutes mensch een pro mensura humana beperkt karakter dragen.
gekeerd toch
gaat
men daarom, zoo men
tusschen
den
waarin
virtutes,
en
menschelijk creatuur
zijn
omden
Veiliger
indeelt in die virtutes, die de antithese
Schepper en
andere
in
het
juist
schepsel
doen
uitkomen, en die
de synthese tusschen den Schepper
ligt.
Toelichting.
De eerste observatie raakt den naam, dien wij aan het hier ter sprake komend onderwerp te geven hebben. Een drietal biedt zich aan eigenschappen, attributen en deugden. Dat daarbij het woord „eigenschappen" te vertalen is I.
:
beide door „proprietates" en „qualitates" behoeft ons niet op te houden, want dit
maakt ten principale geen
tusschen
verschil.
de drie gegeven namen.
In
Maar wel de
is
paragraaf
er ten principale verschil is
de
naam
„attributa"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's