Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 123
college-dictaat van een der studenten
§ maar juist ons
leven,
zondigen toestand
NOTIONES FALSAE.
4.
;
ervaart er
eene zweer aan de hand
ons
zal
bijv.
gewaarwording van God geven. Zoo zijn er ook vele het leven van onzen geest,- die buiten God om gaan. Men kan dagen
dingen
in
achtereen
dogmatiek
de
in
en
zelfs
God
zonder eenig gewaarwording van
dan gevoelen
komen, afgeleide
het
wij
meer merken
niet
aanbidding,
den locus de Deo
in ;
Maar
bijvoorbeeld
oogenblikken
in
van
ik aan, en niet slechts
beantwoorden
hij
aan
ik.
In
zich ontdekt
als
ons
de gradatie
van
ons
ernst
en
grijpt die over-
eene kwaliteit.
Die onbekende die ons dus aangrijpt, kan niet behooren daar
divinitatis
heiligen
doen der levenskeuze, dan
het
weldigende macht rechtstreeks ons
scala,
zitten studeeren,
op den sensus
tusschen het oorspronkelijke en het
verschil
maar
;
bij
als wij
aanpakking daarvan op ons
wij onmiddelijk de
kunnen
conscientie
der
onzen
in
onmiddelijke
geene
de
Ons lichaam toch
aangrijpt.
ik
heel weinig van
al
105
tot de lagere gradus
aangrijpend, maar moet minstens
ik
kan
Hij
ik.
niet
behooren
tot
de
wisselende dingen, noch tot de anorganische of organische natuur, veel minder
kan
eene x
hij
door een
ik
Neen maar de sensus divinitatis is de aangrijping van ons Verder kunnen wij thans niet komen. Straks, bij de
zijn.
ander
ik.
hooger leven heeft dan het onze.
leer der Triniteit, zal blijken, dat dit ik veel
Maar
het
in
komen
tatis,
waar we thans
stadium,
wij tot de belijdenis
uitgaande van den sensus divini-
zijn,
van een
dat tegen ons ik overslaat.
ik,
menschen bestaan, kunnen door geene lagere wezens gekend worden. De dieren kunnen zeer zeker iets van ons kennen zij kunnen Wij, zooals wij
b.
als
;
ons
bloed
kunnen
ze
ons
tot
niet
doordringen
's
menschen
eene heel andere ervaring.
een
doordringenden blik
dan
kan
is
is
wil.
Hebben
Maar
wij te
bij
naaste
Dan
ons Bij
en
wijze,
sensus
in
staat,
om
ons
ik
aan
den
sensus
bij,
is,
te
ons
divinitatis
rondom ons
maar
tot
van
is er
doen met iemand, die ons langer kent,
soms
is
en wijzen zin bezit,
tot in het
bijna
centrum van ons
in
ons eigen
ik
doen. Zijn
ik,
ik
leeft,
omdat
des
te
meer
is
onze
is,
kan zóo
op zekere hoogte, kent en
verstaat.
ik,
altijd tot
inwoont. Hoe machtiger dat
het een ik
nu ontwaren wij niet alleen, dat er eene macht wij
ervaren
er
onmiddelijk, op doordringende
dat wij van binnen bespied en gekend worden. En dat gevoel
divinitatis,
eenige
staat er een ander ik tegenover het onze, en soms
van onzen naaste
ik indringen, dat het
komen
mensch tegenover mensch
psychologisch gevormd
heeft,
onzen
maar
bijna uitsluitend zekere somatische
ontwikkeld, met hoeveel meer bewustheid dat
naaste
in
van
ik
het, of het ik
ik is
in
het
wezen doordringen.
eigen
Het
ik.
die eene zekere somatische kennis vergunt en doet
gewaarwording van
etc,,
een hoogere uiting van ons leven, veel minder
tot
ons
bestaan,
innerlijk
affiniteit,
onzen adem kennen, onze voetstappen ruiken
proeven,
bespied
en
doorboord
te
zijn,
is
bij
dien
veel machtiger en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's