Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 902
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Tertia).
212
eene bepaling, waarom de een moet behouden, de andere
dan zou de
Wordt de immers
door wat
electie beslist zijn
in
den mensch
Ware
niet.
dit zoo,
is.
korf met edele steenen mij door een ander gebracht, dan wordt
mijne keuze
door wat
bepaald
in
den korf
niet
is,
door mij
;
wordt
echter de korf ledig voor mij geplaatst en moet ik er inleggen wat ik hebben
dan
wil,
ligt
Brengen
de beslissing aan
wij
mij.
op God, dan
over
dit
staat Hij in het decreet niet
voor den
gevulden korf, maar voor den ledigen, en waar Hij nu den mensch schept en verkiezen
zal
wat het beste
zijn is
dit
dus
niet
twee zaken, maar ééne.
Hij zal
dan scheppen
en het onedele weglaten.
Zoo redeneerende zou de independentia Dei volkomen worden gemaintemaar niet verklaard zou dan zijn het feit dat de scheppende God zoovelen tot aanzijn riep die, waar het op uitverkiezen aankwam, als het onbruikbare moesten worden weggeworpen. neerd,
omdat
juist
H.
op du standpunt
wij
verband met de zonde, en
deels
raadselen
Het
is
op
te
maar
lossen, is
om
uitsluitend
God
tot
met de
zonde laten intreden
als
de verkiezing altijd in
wijl
de H. S. dient,
ons datgene
niet
om
openbaren wat
te
komen.
te
S. het stuk der uitverkiezing
De vrucht daarvan
zonde.
en wel
om
zij
uitverkiezing niet anders kan
omdat de
dus quod ad hominem dat de H.
verband
in
niet
ook anders moet geconsidereerd, maar
voor ons noodig
reert
nooit verder zouden komen, plaatst de
ons op een ander standpunt en considereert
S.
absoluut bederf
is,
dat,
conside-
zoodra wij de
het menschelijk geslacht,
in
ingetreden zijn van den dood in het menschelijk geslacht de volkomen genoegzame beweegreden is voor ons om te verstaan dat er op de keuze in de verkiezing niets van des menschen zijde kan hebben ingewerkt. Gaan wij van den mensch als dood in zonden en misdaden uit, dan ligt daarin de absolute reden waarom de mensch nooit kan verkoren worden door iets uit zichzelven, en daarom wordt nu voor ons besef de independentia Dei in het werk der verkiezing het meest absoluut gehandhaafd, als zij in verband wordt gebracht met de zonde, zóó sterk zelfs dat in Rom. 9 : 21 (de plaats waarop de Supra-lapsariërs zich zoo gaarne beroepen) zoo beslist mogelijk het hamardat
tologische standpunt uitkomt.
Zoolang er van den
Ktp-xjuehg
gehandeld wordt,
nog geen sprake van zonde, maar van het absoluut creatorische, doch de vergelijking op God wordt overgebracht, volgt er onmiddellijk van öpyr, is de afgckcerdheid Gods van de zonde, en een hSti^xcr^ac rry ópyr,v wanneer God verder wil yv^picrxi tz ^uvxrly xlro'j, dan wordt er gesproken van
is
er
zoodra
;
een is
ïv
pi.xy.po}b-D[j.iy.
alles
alleen
te
^iptiv
a-KZ-ji^ öpyr.i:^
verklaren
uit
z\\hQQ.{QnddkïiKXT-r^pTi(Tfji.vjy.
de zonde, en eveneens,
de
als er
y.7r(>)?Mxu.
Dit
barmhartigheid
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's