Dictaten dogmatiek. Locus de Salute, Ecclesia, Sacramentis - pagina 89
college-dictaat van een der studenten, niet in den handel
;
§
Nog
drie punten.
3« de controvers.
De
4.
De causa movens
1^
Christus en in den mcnsch.
in
(Rom. 3
24
:
2
Ef.
;
z^V;/.
de dubbele factor ervan;
2-^ ;
God
In
is
de
xiri-/.
niets
9 de bewegende oorzaak).
8,
:
of
moeten wij onderscheiden tusschen de oorzaak
1^
Bij
67
/ustificatione.
dan
In
zijn
God,
in
eeuwig
c^^ixf'x
Christus niet de causa
causans, maar de causa meritoria; Hij heeft voor ons de justificatio verworven. In
den mensch
is
is
het
wat de
eenige,
maar omgekeerd.
heiligmaking,
de
de
dan neemt de
zonde,
Waar dus de
erfzonde.
de mogelijkheid der
tot
wij de
erf-
verhouding tusschen beide en
de erfschuld weg, de heiligma-
oorzaak
justificatio
dit
een gevolg van de
justificatio is niet
justificatio
;
justificatio
van erfschuld,
Hierbij de kwestie
De Nemen
en heiligmaking.
justificatio
tusschen king
verlorenheid, zijn verdoemelijkheid
zijn
mensch bijbrengt
causa movens hoegenaamd.
dus geen zonde,
de causa alleen
is
van de heiligmaking,
de erfzonde gevolg van de reatus.
is
2e
De inhoud van de justificatio
uwe zonde als
en
negatief
het
het positief
is
tweeledig.
Men moet
onderscheiden tusschen
Het negatief deel bestaat
deel.
uitgedelgd" en van het positief deel vinden wij
in
in Da/7.
het
P
:
heb
„Ik
.-24 sprake
De mensch is geschawezen van den mensch,
van „het aanbrengen van een eeuwige gerechtigheid".
En hoort
pen met positieve heiligheid.
dit
nu
tot het
dan moet ook de geloovige die positieve heiligheid weer terugkrijgen. 3.
De
fl.
Met Rome op
Controvers. heel
{Matth. 16
:
27
25
;
:
34,
Rome
stuk der justificatio.
't
door de werken.
voltooid
beroept zich ten
Zij
35 ; 2
Cor.
5
!«=
de
leert:
justificatio
moet
op die reeks van plaatsen
10) waarin de vrijspreking in het oordeel
:
naar de werken gaat; ten 2^ op die plaatsen waar het loon toegekend wordt
aan de werken Matth. heiligen
7:9: 18
6:4;
beroepen
zich
3e op : 35 ; ten God op hun heiligheid
Hebr. 10
tegenover
die plaatsen,
waar de
en rechtvaardigheid
2 Tim. 4 : 18 ; ten 4^ hierop dat de gerechtigheid niet uit het geloof maar uit de werken geleerd wordt in Ps. 106 : 30 ; Jac. 2 : 14,21,25; ten 5e ex absurdo — want anders vertraagt men in het doen van goede werken. Ps.
Op
de
Ie
:
21
;
reeks
is
't
antwoord dat
goede werken, die God voor ons bereid zullen
Op
uitkomen
als
waarmaking van de
het laatste oordeel wel terdege die
opdat wij daarin wandelen zouden,
justificatio, die
de 2e reeks, dat het loon blijkens Rom. 4
aanmoediging, van uitlokking
van gerechtigheid raakt.
Op
de 4e reeks, dat wij
uitwerking nooit
het
der
in
:
4, 5,
Jacobus
niet
niet
bezegelen
over ons uitsprak.
op de gerechtigheid van hun persoon. hebben den wortel maar de vrucht en
gerechtigheid en dat Jacobus terecht
geloof
God
een loon van genade, van
is; een loon, dat nooit den staat maar den graad de 3e reeks is het antwoord, dat de heiligen zich
beroepen op de zaakgerechtigheid,
Op
in
heeft,
leert,
dat het geloof zelf
kan en dat het zegel op en de waarmaking van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's