Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 619
college-dictaat van een der studenten
;
Caput
De Mediatoris Persona.
III.
komen nu aan
Wij
welken
§
centrum
geworden dan het vroeger was.
God den Heere aan
zijn
menschelijk leven zouden
Dat
gezonken
nog
èn
is
Gods nu
Was
aan
te
gaan
door de zonde een ander leven
is
nu dat leven na het intreden der zonde wateren de menschelijke kennis en het
snelle
;
gekomen,
blijkt is
dus reeds
uit
het
dat de menschheid
feit,
geweest een grijpen van de Almachtige hand
menschelijk leven.
Dat menschelijk leven
is
als
een weefsel
enkele draden, die heel het weefsel in beweging brengen, als
zijn er
trekt
in
na
een oogenblik naar de diepte der hel en de buitenste
in
Die stuiting nu
in heel het
om
n.1.
het leven èn in de wetenschap.
in
zijn.
er stuiting is
bestaat.
71
eigen verloop overgelaten, dan zou er plaats
gehad hebben een afloop van zeer duisternis
Het Christocentrische.
het tweede deel van onze taak,
zin Christus toch het
Het leven van de wereld en op de wereld
door*
1.
dat
;
de hoofd-, de andere de afgeleide draden.
zijn
hoofddraden nu heeft God vastgegrepen en zoo
't
men
er
Die centrale
verderf gestuit in geheel het
menschelijk leven.
Die centrale hoofddraden
maar
't
mensch bestaan
Omdat
zijn niet
gedachten, woorden of creatuurlijke dingen,
den
het menschelijk leven zelf in zijn hoofdgreep; dat kan alleen in
is
;
daarom
is
Gods hand
dat ingrijpen van
het geven ven den Messias de stuiting
is,
alleen te
daarom
is
denken
als
sinds die ure in
beweging van het menschelijk leven door genade gedragen, alle eeuwen door, zelfs bij alle heidensche volken, hoe zij ook opstonden tegen God. Het leven zuigt door de vingers van Gods hand naar de hel toe, maar hield
het Paradijs alle
hand op het
die
te zijn, heeft alle
had
hij
niets
dragen, dan zou het met volle stroomen naar beneden storten.
hij
zelfs
wanneer
nog veel
God
indien
sneller en
De
tusschenbeide gekomen. in
kiem reeds
danken
al
niet
geboren
Zoo ook
zij
alle leven, alle
tegen den Christus ingaat, Liet
God
haar
los,
algemeener genomen, dat zou het
lot
der wereld
het niet tegenhield.
daar nog edels voorkomt, zou verloopen
maar dat
ware
toestand vóór den zondvloed, maar dan de
De openbaring van Gods barmhartigheid
dom
beter
kunnen volbrengen zonder die genade.
alles dadelijk te niet.
verdierlijking
niet
hem
op die hand van Gods genade
leefde, gerust
bestaan uitsluitend aan de barmhartigheid Gods.
zijn
dan ging
dagen, dat
wetenschap der wereld,
kennis, alle
dankt
zijn,
te
Judas, van wien geschreven staat, dat het
Zelfs
bij
de Heidenen
te
ook
in
de Heidenwereld
zijn in verdierlijking,
Daarom moeten
de deugden, die wij nog
is
vinden bij
;
wat
ware Gods genade
wij niet zeggen, dat het Christenis
en daaruit zich ontwikkelde,
hen vinden, alleen aan Christus
te
zijn.
waarom van het oogenblik af, dat de zonde inGods hand tusschenbeide kwam, het centrum, waarin alle stralen van
Dit verstaande, gevoelen wij, trad en
het menschelijk leven moesten uitloopen, Christus was.
Wanneer op tafel een tafellaken ligt met het patroon van een cirkel er in geweven en door het omvallen van een karaf wijn er een vlek op komt, dan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's