Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 865
college-dictaat van een der studenten
Hoofddeel
§
VI.
De Grondbeschouwing der
3.
H. S.
175
de
stelling, dat
de mensch gehoorzaamheid aan Gods geboden schuldig
is,
noch omdat
hij
kunnen
geboden goedkeurt, noch omdat
zelf die
hij
beseft
maar kortweg, omdat dezelfde God, die krachtens Zijne Souvereiniteit over zijn eeuwig wel of wee beschikt, hem pertinent en peremtoir die geboden oplegt.
die
te
volbrengen,
Toelichting. I.
Het algemeen oogpunt, waaruit wij de praedestinatie,
hebben tieken
door de kinderen Gods van eene verkeerde
de gemeente
in
zijde bezien. Daaruit
Dogma-
de
in
is
uitgangspunt verkeerd gekozen en dientengevolge
het
en reprobat ie
electie
beschouwen, komt hier aan de orde. Tot dusver
te
verklaren
is te
de schaduwzijde, die deze belijdenis op het leven der gemeente wierp.
Welk
het
is
vraag
te
loopt
het in de is
Dogmatiek en in
Dogmata
de gesprekken
in
Wie zal zalig worden
:
te
doen
die
Waarover
:
Wie geen
de gemeente ?
geschriften uit oude tijden, weet, dat op den
dogmatische
voorgrond stond de vraag king dezer
in
Om
gemeente ?
uitgaat in de
beantwoorden, hebben wij slechts de wedervraag
vreemdeling
naar
waarvan men
standpunt,
? Middelpunt
bij
de bespre-
de individueel-egoïstische bemoeiing met het onderzoek
is
eigen toekomst. Al de oude theologen, Trelcatius, Zanchius, Junius,
zijn
Voetius enz. vragen terstond, hoe het met de zaligheid der personen gaat, waaraan die hangt, en hoe men daarvan verzekerd is. Al die vragen hierop
daarna hebbende, bewegen zich om den mensch als centrum komen dan nog wel andere quaesties aan de orde, maar domineerend uit-
betrekking
;
de zaligheid der personen, en wat verder daarbij werd
gangspunt
blijft
besproken
aangaande Christus, de prediking des Woords,
toch
etc.
kwam
slechts
medium gratiae bij de uitverkiezing van den zondaar. Wendt men van de Dogmatiek den blik naar de gemeente, en beluistert men de gesprekken, die hierover gevoerd worden, dan bevindt men, dat zij voor
als
zich altijd Infratot
en
het
Supra-lapsarisme
het
is
persoonlijk geloofsleven
belijdenis
ben
bezighouden met dat éene vraagstuk, en ook
ik er
der praedestinatie, bij,
hoe
krijg ik
altijd
bij
om
bij
het bespreken van
het creatuur te doen.
Komt men
de gemeenteleden, dan vindt men, dat de reprobatie alleen tot de vraag leidt
en
electie
de verzekering dienaangaande
teekenen der ware en valsche genade
uit
;
men
den locus de Salute
brengt de kener
bij,
alles
om
die éene vraag te beantwoorden.
men nu of onuitsprekelijk jammer Vraagt
van
de
zich
het
hoofdstrekking eigen
ik
dit is,
is
is
goed
te
keuren,
dan
is
ons antwoord, dat het
dat in een vraagstuk als hier aan de orde
om
ons op
't
diepst voor
God
op den voorgrond heeft gesteld, en dat
te bij
is,
waar-
verootmoedigen,
de behandeling
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's