Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 946
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Tertia).
256
een
volheid,
het
integreerend
die overdadig, overtollig, weelde
deel
menschelijke
geslacht
weelde,
uit
niet
met
is.
Dat overtollige nu
we
Die voorstelling, dat
blijft.
een organisch geheel, dat pulluleert
in
weg,
valt
doen hebben
te
in
het
overtollige
noodzakelijke elementen alleen bestaat, geeft de Schrift,
zijn
verwijzende naar de natuur
3
Matth. het
uit
:
12
rh
o'j
brengend
wat kaf
veel
rr,
xiroij,
yj.ip\
tegenover
is
k.
we
t.
Hier
A.
koren
het
De
tegenstelling
als
hier,
want
kaf
het
in
dagelijksch
het
in
omver; immers niemand
zit
voor
het
b.v.
had,
voorzoover wij
natuurlijk
ook nog
leven,
ook
oordeelen
H.
S.
verwijst
naar
de
een
naar
het
maar
om
in
Zoo ook
Om
de schuur geborgen.
zoo absoluut
niet
niet
hebben afgewor-
die veel nut
Aristoteles
geen vrucht voor het eeuwige
ons schonk.
Hij
natuurlijke
immers het onderscheid
wijl
leven
in het
meer
het eind zien we, dat het kaf
het koren te doen.
Het kaf nu
eeuwig leven ingaan.
het
ordinantie, die het kaf er eerst en
korrel
alleen
ons
zij,
op den akker door God
van kaf en koren
in
voort-
opkomen
werpt echter het beeld
nut. Dit
kunnen,
wat
leven, toch gebruiken wij dankbaar,
De
in
alleen doet
tegenwoordig
is
beweren, dat
zal
pen
leven
dus een beeld
groeien.
laat
wordt met onuitblusschelijk vuur verbrand, het koren
is
God de tarwe
zien, dat
wezen de tarwekorrels
het organische
niet in
maar ook
h
yrriioy
leven genomen, waarin
natuurlijk
geroepen en wel
is
in kwantiteit doet zijn
weggeworpen wordt
;
dan 't
is
het koren bestaat dat kaf.
in
: 33 ; hier vinden we weer een beeld uit het natuurlijk leven, weer gedoeld op het verschijnsel van de overtolligheid. Voor een boer is
25
Matth.
een
stier
geboren
een als
„opeter",
koeien,
zooals
hengsten
men en
dat noemt.
paarden.
leven op denzelfden voet als de andere, dit bij
de
dan
Er worden evenveel stieren
Moest men
waar moest
de herten, ook daar worden evenveel mannetjes
mannetjes nu de
vechten
voor zich
reeën
net
zoo lang, totdat
neemt.
Op
al
die beesten laten
het dan heen ? als
er slechts
We
zien
vrouwtjes geboren éen
overblijft, die
elk terrein in het dierenleven zien
we
opkomt als het vrouwelijke, maar voor de praktijk des levens overtollig is. Men maakt die mannelijke beesten door verminking dan nog wel nuttig; maar dan zijn het ook verminkte beesten en altijd blijft de idee, dat de mannelijke dieren overtollig zijn. Zoo nu worden hier de bokken, rammen en schapen als beeld genomen de bokken zijn lastig, overtollig, want wol, vleesch en bovendien melk geeft het schaap net zoo goed. Bij kudden ziet men maar enkele rammen onder de vele het,
dat
het
mannelijke
even
talrijk
:
schapen.
en
het
Men koren,
ook hier dus weer want evenals het kaf
heeft
te
doen met hetzelfde
slechts noodig
is
als bij
het kaf
voor het koren, zoo
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's